Wat boeken en films me leerden over de liefde

Als je mij zou vragen met welk boek- of filmpersonage ik mezelf het meest vereenzelvig, is dat zonder twijfel Helen Fieldings Bridget Jones. Ik lijk niet alleen met die mening, want toen ik onlangs vertelde dat ik ‘Bridget Jones’s Baby’ was gaan kijken (aanrader!), kreeg ik nog maar eens een paar keer “Oh, ja, die doet me wel aan jou denken!” te horen.

Wanneer ik de boeken lees, denk ik de hele tijd “God, dat ben ik” en ook de film was opnieuw pijnlijk herkenbaar.
*SPOILER ALERT*
Zo komt er in de film een scène waar Bridget haar 43e verjaardag wil vieren en haar beste vrienden afbellen. De babysit komt niet opdagen, de baby is ziek…. Gelukkig is er nog de gay best friend. Tot die aankondigt dat ook hij babyplannen heeft. Ik kon niets anders denken dan: “Damn, dit is mijn leven over enkele jaren.” Al is er tussen Bridgets leven en het mijne wel één groot verschil: Mr Darcy.

Dat brengt ons bij de volgende gebeurtenis van de afgelopen week. Voor Engels kreeg ik de opdracht om een essay te schrijven met als onderwerp “What literature taught me about love”. Interessante vraag. Wat heeft literatuur me over de liefde geleerd? Eerst en vooral: dat schrijvers van liefdesverhalen ongelooflijke sadisten zijn. Die conclusie trek ik graag verder door naar makers van films of televisieseries. Er is toch een door en door slechte ziel voor nodig om zulke overdreven knappe, loyale, grappige en oprechte personages op papier of op het scherm tot leven te brengen, wetende dat geen enkele lezer of kijker ooit in contact zal komen met iets wat daar nog maar in de verste verte op lijkt? Resultaat is dat we onze eisen uiteindelijk zó hoog gaan leggen dat in real life niemand daaraan voldoet. Ik ben bovendien een beetje misnoegd dat zelfs Bridget, mijn televisie-soul sister, uiteindelijk voor het ideale huisje-boompje-kindje-patroon is bezweken. “As a writer, I’m a fan of the happy ending.” Well thank you, Helen Fielding.

Ik wil niet donker of cynisch klinken. Ik wéét dat zulke happy endings en hippy-dippy-true-love-things niet voor iedereen zijn weggelegd en ik vind dat prima. Ik ben perfect gelukkig zonder persoonlijke Colin Firth. Ik kan me best vinden in het toekomstbeeld van mezelf als meter van enkele snoezige baby’s die ik op het einde van de dag gewoon weer bij hun uitgeputte ouders kan achterlaten, waarna ik in alle rust een flesje wijn kraak en het intussen 28e seizoen van Grey’s Antomy binge-watch. Maar hoe komt het dan dat ik, samen met zo veel andere zelfverklaarde onafhankelijke happy singles, nog steeds zo’n sucker ben voor een romantisch boek of een film met sprookjesachtige plot?

Want da’s het ding. Hoewel ik zó goed weet dat die verhalen compleet onrealistisch zijn, grijp ik nog steeds iedere kans om te lezen over hoe twee mensen verliefd worden, schreeuw ik naar mijn boek of televisie wanneer de protagonisten te blind zijn om zich hun undying love voor elkaar te realiseren en huil ik als een klein kind wanneer ze dat uiteindelijk wel doen. En hoewel ik “in ’t echt” de eerste ben om commentaar te leveren op koppels en hun public displays of affection, kan het me in de wereld van de fictie allemaal niet zoetjes genoeg zijn. Meer nog: dan erger ik me zelfs aan de nevenpersonages die zich durven storen aan het melige gedoe. They’re in love, cut them some slack, goddammit!

Het succes van liefdesverhalen in boeken en films zit ‘m enerzijds natuurlijk in escapisme -eventjes ontsnappen uit de nare werkelijkheid en onszelf onderdompelen in een totaal andere wereld- en anderzijds in het feit dat die romannekes ons hoop geven. Of die hoop nu vals is of niet, we krijgen graag af en toe de “bevestiging” dat het wél allemaal echt kan. Dat we wél nog moeten geloven in sprookjesachtige taferelen, want kijk, bij onze favoriete personages kan het ook! Misschien is dat dan ook het belangrijkste wat literatuur me kan leren: dat we nooit genoegen moeten nemen met minder dan die alles-overwinnende onvoorwaardelijke liefde waar we zo graag over lezen. Want als we ons in de bioscoop of de boekhandel niet tevreden stellen met minder dan het beste, waarom zouden we dat in real life dan doen?

Daarom maak ik me absoluut geen zorgen om mijn “bijna-vierentwintig-en-nog-steeds-single” status. Komt het er binnenkort van? Prima. Komt het er niet van? Ook prima. Ik heb nog een hele boekenkast om me bezig te houden.

Love,

G.X

 

 

 

 

Advertenties

Waarom doen vrouwen zo gemeen tegen elkaar?

Enkele dagen geleden kreeg ik een sms van mijn best friend. Op zich niet zo bijzonder. Ze was nogal van streek. Ook niet zo bijzonder. “Waarom was ze dan van streek?” hoor ik u vol ongeduld vragen. Wel, tijdens één van haar avondwandelingen passeerde ze enkele meisjes die nét luid genoeg “Amai, die griet denkt ook dat ze sexy is” haar richting uit sneerden. Nu is mijn beste vriendin inderdaad een hot fox, dus dat sloeg helemaal nergens op. Het deed me denken aan een ander voorval waarbij een vriendin rustig op de Meir stond, minding her own business, toen haar werd meegedeeld dat ze een “bitch face” had. Door wildvreemde grietjes? Best bot, maar niet zo zeldzaam. Als ik naar mijn omgeving kijk, merk ik dat vrouwen tegenover elkaar maar wat graag met bitse commentaren strooien. Of het slachtoffer nu een wereldster, of een beste vriendin is. En neem het aan van iemand wiens tweede naam gedurende haar gehele middelbare schoolcarrière “arrogant” was: meestal is die kritiek totaal van de pot gerukt. Maar waarom doen meisjes zo lelijk over elkaar?

Eerst en vooral is het opvallend dat, hoewel vrouwen het andere geslacht steeds verwijten te hard op het uiterlijk te focussen, ze dat onderling net zo hard doen. Hoe hoog een vrouw door haar soortgenoten wordt ingeschat, hangt grotendeels af van hoe ze eruitziet. Te veel make-up? Oppervlakkig. Blond? Dom. Te veel kleren? Preuts. Te weinig kleren? Een slet. En als daarvan niets van toepassing is, gaan we gewoon voor de klassieke “te veel streken.” En ja hoor, die conclusie kan getrokken worden zonder één enkele ontmoeting.

De looks van een vrouw bepalen niet alleen hoe ze ontvangen wordt bij de rest, ze hebben ook invloed op hoe die rest zich voelt. Ik had een vriendin die er iedere dag uitzag alsof ze rechtstreeks van de catwalk op de Paris Fashion Week kwam. Iedere keer dat we elkaar gingen zien, deed ik dan ook alle moeite om mijn innerlijke Kate Moss te channelen. Dan was ik tevreden met mijn look, tot zij in mijn gezichtsveld verscheen en ik liefst zo snel mogelijk weer naar huis wilde. En wanneer een kennis 300 likes krijgt op een selfie, ben ik ervan overtuigd dat ik het meest onpopulaire mormel op aarde ben. Hell, ik héb niet eens 300 vrienden. In een tijdperk waar iemands sociale klasse afhankelijk is van het aantal volgers op Instagram, zijn dat drama’s.

Helaas gaat dat constante opboksen van meisjes onderling verder dan uiterlijk alleen. We vergelijken onszelf met anderen op alle vlakken. Liefdesleven, werk, studies,… Al denk ik wel dat we vooral nijdig zijn wanneer iemand succes boekt in een sector waarin wij óók succes willen. We zijn minder jaloers op de fancy nieuwe job van een vriendin als we zelf gelukkig zijn op professioneel vlak en we zijn enkel pissig om de hoge examenscores van anderen wanneer de onze onder de verwachtingen liggen. Zo zou ik bijvoorbeeld niet meteen groen zien van jaloezie wanneer een vrouw in mijn omgeving het tot olympisch kampioen hoogspringen zou schoppen. Ik zou zelfs trots zijn. Die positie ambieer ik namelijk zelf niet. Maar recent hoorde ik dat een meisje uit mijn studierichting dit jaar op de Boekenbeurs zal staan om haar schrijfsels te signeren en, hoewel ik snel daarna blij was dat mensen uit ons jaar het goed doen, moet ik toegeven dat dat niet mijn eerste reactie was. Neen, eerst deed ik wat research en trok ik mezelf op aan het feit dat er  “maar” enkele honderden exemplaren verkocht waren. Oke, dat kan ik ook. Denk ik. Misschien. Ooit.

Heeft die hele strijd voor gender equality ertoe geleid dat we altijd en overal de drang voelen onszelf te bewijzen? Ik denk van wel. De druk om mooi, lief, grappig, getalenteerd én slim te zijn is alleszins immens. Jaloers zijn op een andere vrouw is echter totaal nutteloos, maar wel menselijk. Ik vind dan ook we dat niet moeten proberen verbergen of verpakken in giftige kritiek, al is dat allemaal makkelijker gezegd dan gedaan. Soms helpt het om iemand anders als dom of lelijk af te schilderen om onszelf beter te voelen. Het doet nét dat ietsje minder pijn wanneer een ex na zijn relatie met jou samen is met een trol, dan met een topmodel. Ooit zag ik dat de love interest van mijn love interest in een facebookcomment “there” schreef als “their”. Ik voelde me meteen minder onzeker. It’s fine, she’s stupid.

Tricky wordt het wanneer die negatieve gevoelens de kop opsteken tegenover vrienden. Dat gebeurt volgens mij aanzienlijk vaker bij vrouwen dan bij mannen. Hoe lang kunnen vriendengroepjes van enkel mannen in harmonie samenleven zonder ambras? Doorgaans lang. Hoe lang kunnen vrouwen dat? …..Exact. Gelukkig hoeft een beetje jaloezie niet altijd tot ruzie te leiden. We moeten gewoon erkennen dat het er is. Het steekt soms wanneer een vriendin knapper is, of rijker, of slimmer. Dat is geen schande en het zou mooi zijn als we dat gewoon konden uiten. Zoals bijvoorbeeld wanneer een mede-single-vriendin opeens niet langer mede-single is. Typisch geval waarbij de ongeschreven regel zegt dat jij op dat moment net zo gelukkig moet zijn met dat nieuws als zij. Hahaha. Niet dus. Noteer: geen enkele, maar dan ook geen enkele vrouw die single is, is oprecht blij wanneer een vriendin zichzelf een liefje heeft gescoord. Iedereen die beweert van wel, liegt. Of misschien zijn ze blij voor die friend, maar zeker niet voor zichzelf. Er is natuurlijk sowieso dat knagende gevoel van “waarom zij en niet ik?”, maar meestal gaat het ‘m niet eens om het feit dat jij als single ontevreden bent met je eigen relatiestatus. Het is het besef dat de vriendschap hoe dan ook verandert nu zij “wij” zijn en jij nog altijd….jij. Dat de “alle mannen zijn varkens, jij en ik, samen sterk”-gesprekken die jullie samen hadden, vanaf nu vervangen worden door die gevreesde “de liefde komt wanneer je het niet verwacht, je zal wel zien, kijk maar naar mij”-zever. Geen mens die daarop zit te wachten.

Be that as it may, het kan geen kwaad een ander meisje af en toe een complimentje te geven in plaats van een nasty comment. Zo sprak ik dit jaar een wildvreemd grietje aan op haar flawless eyeliner en kreeg ik er niet alleen make-uptips, maar ook een goede vriendin bij. Akkoord, ik ben de eerste om in full bitch mode te schieten wanneer ik me onterecht behandeld voel, maar wanneer dat niet het geval is, moet je gewoon chillen. Uiteindelijk zitten we allemaal in hetzelfde schuitje en worstelen we allemaal met dezelfde onzekerheden. Laten we elkaar dus eerder als bondgenoten dan als concurrentie zien. Sisterhood and all that. Het is nergens voor nodig om onszelf en andere vrouwen gemeen te behandelen. Daar zijn mannen al voor.

Buh-bye,

G. X

In memoriam…omdat het kan?

***Beware of spoilers***
Voor wie deze week ‘Thuis’ en/of ‘Callboys’ nog niet gezien heeft en dat nog van plan is (en op één of andere magische wijze wist te ontsnappen aan andere spoilers): lees NIET verder!

Oké dus…eerder deze week stierf Yvette (aka Madame Toertjes) in ‘Thuis’. Ook ik als trouwe fan moest een traantje wegpinken, zoals me dat wel vaker overkomt tijdens het televisiekijken. Ik leef me namelijk nogal makkelijk in in het leven van fictieve personages. Toch was zelfs ik redelijk verbijsterd toen ik, enkele minuten na de aflevering, zag dat ‘één’ eigenhandig een officiële rouwpagina online had gezwierd. Voor alle duidelijkheid: de actrice die de rol van Yvette vertolkte, is nog steeds springlevend. Het gaat hier dus om een rouwregister voor een personage. Natuurlijk kon ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en ging ik eens piepen. Ik wou al snel dat ik dat niet had gedaan… De site stond vol met berichtjes à la “Ik wil graag mijn oprechte steun betuigen aan Frank, Simonneke en de rest van de familie. Ik kan het nog steeds niet geloven. Doe de groeten aan mijne Fons daarboven.” En ik denk dus niet dat die dat als grap bedoelen. Nu wil ik absoluut niet de spot drijven met het medeleven van die mensen, maar….tha fuck?

Met de dood van ons Yvetje nog vers in het geheugen, kreeg de liefhebber van de Vlaamse televisie donderdagavond opnieuw een enorme klap te verwerken: onze favoriete callboy, Jay Vleugels, is niet meer. Dit sterfgeval kwam een pak onverwachter, maar blijkbaar is er voor regisseur Jan Eelen niet meer nodig dan de combinatie van anderhalve meter haar (“ne steirt”, in vaktermen) en wat overgebleven moto-onderdelen, om iemand te mollen.  Persoonlijk vond ik de hele aflevering lachwekkend slecht, maar toegegeven, verrassend was het wel (tot het moment dat de broer verschijnt, dat was gewoon belachelijk voorspelbaar).

De dood van Jay heeft op mij niet meteen een diepe indruk nagelaten, maar blijkbaar is dat voor heel wat fans van de ‘Callboys’ anders. Want wat zie ik nu? Dat enkele kijkers vanavond een wake hebben georganiseerd, symbolisch op de ondertussen wereldberoemde Vlooybergtoren. Inderdaad: er komt een herdenkingsdienst voor een fictief personage uit een reeks die amper zeven afleveringen heeft gedraaid. Ze-ven afleveringen. Ik heb telefoongesprekken met ons bon die langer duren dan zeven afleveringen. En voor wie nu wil opmerken dat toch niemand zo zot is om daar effectief naartoe te gaan: op dit moment staan er een kleine 900 mensen op “aanwezig”. En ik dacht dat ik overdreven invested was in mijn series…

Ik weet eigenlijk niet goed of ik hier nu moet mee lachen, of net niet. Persoonlijk vind ik het redelijk creepy en stel ik me toch wel wat vragen bij de mentale toestand van de gemiddelde kijker. Ik wil nog graag geloven dat die wake niet veel meer is dan een gelegenheid voor fans om elkaar te ontmoeten, maar het is niet de eerste keer dat ik opmerk dat veel mensen écht niet lijken te begrijpen wat “fictie” betekent. Daarom vind ik het best zorgwekkend dat de zenders zelf daar ook zo schaamteloos op inspelen, door bijvoorbeeld het aanmaken van dat rouwregister. Er zijn toch wel grenzen, lijkt me?

Achja, misschien is het allemaal maar onschuldig en ligt het gewoon aan mij. Uiteindelijk doet iedereen natuurlijk wat ie wil. Daarom ook, aan al wie vanavond naar de herdenkingsdienst van Jay gaat: ’t amusement. En voorzichtig op de baan he!

Cheers,

G.

 

Hakuna Rattata – Waarom Pokémon Go wél een goed idee is

Voor wie de voorbije weken onder een steen heeft gezeten: Pokémon Go is uit en iedereen is hooked.  Ik ook, hoewel sommige vrienden dat ongelooflijk vinden. “Amai, ik dacht dat gij een post zou schrijven over waarom dat spel superonnozel is.” Wel, ik ben blij dat ik nog kan verbazen en ik kan dan ook weinig anders dan van de gelegenheid gebruik maken om neer te pennen waarom ik wél fan ben.

In alle eerlijkheid, ik dacht dat het hele Pokémongebeuren op sterven na dood was. Voor mij was dat iets uit de jaren negentig -toen ik dacht dat ik het meest slimme kind ever was omdat ik de “Wie is deze Pokémon?!” kon raden- en ik was me zelfs helemaal niet bewust van het feit dat dat de laatste jaren nog bestond. Nu kan niemand er nog omheen: Pikachu en zijn pals zijn terug van (nooit) weggeweest. En hoe. De app was in een mum van tijd populairder dan Twitter en Tinder. Of zoals een twitteraar het stelde: “Pokemon Go is already more popular than Tinder, another app where you swipe to find monsters in your area.” Clever.

Niemand kan ontkennen dat dit spelletje een briljante zet is, maar uiteraard zijn er weer heel wat zeurders die niet opgezet zijn met het hele gebeuren: het spel is gevaarlijk, “de jeugd” hangt alleen maar op z’n gsm, het is belachelijk, het moet verboden worden… Alright, calm your tits.  Als je ’t mij vraagt, bereikt deze online game waar weinig andere in slagen, namelijk de spelers naar buiten lokken én in real life laten praten met elkaar. Want ja, Pokémon Go speelt zich hoofdzakelijk op je gsm-schermpje af, maar ik merk dat mensen afspreken om samen op jacht te gaan en dat ze hun ervaringen delen met andere jagers die toevallig op dezelfde plek zijn. Ik vind het best cool, die zwerm van mensen die elkaar niet kennen, maar allemaal hetzelfde doel hebben en elkaar daar soms ook in helpen. Het klinkt misschien belachelijk, maar ik vind dat idee van “Oh kijk, die is ook aan het spelen” toch een gevoel van samenhorigheid creëren. Bovendien blijf je in beweging, want om een ei uit te broeden (don’t ask) wordt verwacht dat je enkele kilometertjes aflegt. Al was ik not amused toen, na tien kilometer stappen, de inhoud van mij ei geen zeldzaam beestje bleek, maar een ordinaire Wild Ratata waar ik er ondertussen 28 van heb.

Denk ik dan dat dit spel enkel tot goede dingen leidt? Ma nee gij. Ik ben ervan overtuigd dat hier nog ontelbare ongelukken van komen. Ik vind gewoon dat dat in geen enkel opzicht de schuld van die app is, maar enkel en alleen te wijten valt aan het feit dat sommige mensen niet in staat zijn ergens van te genieten zonder dat het de spuigaten uitloopt. Daarmee wil ik niemand met de vinger wijzen, want ook ik heb de neiging overal overdreven hard in op te gaan. Er zijn natuurlijk wel grenzen. Zo fronste ik toch even de wenkbrauwen bij dat filmpje aan Central Park waar mensen uit hun auto sprongen omdat er een zeldzame Pokémon was gespot, of vind ik het ook redelijk triest dat mensen voor zoiets hun job opgeven, of tijdens hun zoektocht in een moment van onoplettendheid in het kanaal sukkelen. Ik vraag me echter af: stel nu dat iemand een ongeval zou veroorzaken omdat ie te aandachtig de krant aan het lezen was, zouden er dan ook mensen staan brullen dat geschreven pers de oorzaak van alle onheil is? Er zullen altijd mensen zijn die overdrijven en daarmee zelfs hun veiligheid in gevaar brengen, dat is hun verantwoordelijkheid en niet die van welk toestel of spel dan ook. Soms heb ik de indruk dat een deel van de maatschappij alles wat vernieuwend is, of wat voornamelijk de jeugd leuk vindt, al op voorhand afkeurt.

Wat ik bijna het leukst vind aan Pokémon Go, is dat ik dankzij de verschillende Pokéstops (standjes met Poké Balls die vernoemd zijn naar een monument daar in de buurt, volg je nog?) al redelijk wat plekjes heb opgemerkt en nu bij naam ken, die ik voordien zonder nadenken passeerde. Met een beetje verbeelding kan dit spel dus zelfs als interactieve reisgids dienen. Hoezo “we kijken niet om ons heen”?

Hoewel deze activiteit in mijn ogen zeker een groepsgebeuren is, is het natuurlijk redelijk sneu voor het kneusje dat nietsvermoedend met de vrienden een terrasje gaat doen en als enige geen Pokémon Go speelt. Ik denk dat het wel belangrijk is om, wanneer niet iedereen in de squad even hard mee is, je enthousiasme binnen de perken te houden. Zelf probeer ik mezelf ook grenzen op te leggen. Zo heb ik een einddoel (waarvan ik nu al weet dat ik me er niet aan ga houden maar okay): ik stop met spelen wanneer ik Meowth heb gevangen. Pikachu interesseert me niet zo. Het zal menig lezer niet verbazen dat ik altijd al Team Rocket ben geweest.

Zo van die zomerdagen

De zomer: het seizoen waar we allemaal maandenlang naar hunkeren… tot het er dan uiteindelijk is. Begrijp me niet verkeerd, natuurlijk zijn die maanden vakantie (voor de studenten en leerkrachten onder ons dan), die reisjes en die warme zonnestraaltjes aangenaam, maar over het algemeen vind ik de zomer één van die dingen waarbij het bijna leuker is om erover te praten, dan het effectief mee te maken. Here’s why:

 

  • Hoewel ons landje niet belachelijk veel dagen telt waarop het écht bakken is, zijn er toch momenten dat we gezegend worden met warme temperaturen.  Nu, wanneer zo’n dag aanbreekt, maak ik mezelf klaar om Hollywoodsgewijs door de straten te slenteren. Zonnebril, hoed, flesje water… the works. Helaas verdwijnt die trendy vibe op het exacte moment dat ik een eerste stap buiten zet en mijn lichaamsvocht zich spontaan een weg naar buiten baant. Mijn zorgvuldig aangebrachte healthy glow wordt een glimmende, druipende smurrie en mijn gestylede haren hangen al gauw levenloos langs mijn plakkerige gezicht. Bovendien weet ik niet hoe het zit bij de Kendall Jenners van deze wereld, maar voor heel veel meisjes betekent de zomer vooral één ding: schurende billen. Voor wie in het bezit is van een thigh gap en dus niet weet waar ik het over heb (fuck you, btw): vanaf een bepaalde temperatuur (of gewoon altijd) is het voor vele meisjes ondenkbaar om een kleedje of rok te dragen zonder pijpjes onder. Na enkele minuten stappen ontstaat er door het tegen elkaar wrijven van de bovenbenen een gevoel dat vooral vergeleken kan worden met iemand die down there een vuurtje sticht. Niet zo bevorderlijk voor de vakantiestemming. De voorbije dagen deed ik research naar oplossingen voor deze narigheid en kwam ik uit op talkpoeder. Ik ben een grote voorstander van dit product (enorm goed alternatief voor droogshampoo), maar ik voel er weinig voor om eruit te zien als Ross uit Friends (obviously) met zijn lederenbroekenfiasco. Dus nee, toch maar niet.

 

  • Als ik van één ding aantrek heb, dan is het wel van muggen. Op sleepovers gebeurt het vaak dat de persoon naast mij zo goed als naakt muggenvrij ligt te pitten terwijl ik mezelf volledig in mijn donsdeken rol en nog stééds word aangevallen. Ik heb me laten vertellen dat mijn bloedgroep voor die monsters een ware delicatesse is. Great. Wespen zijn ook zo’n pretje.  Jarenlang lachte ik met vriendinnen die volledig krankzinnig werden wanneer er een wesp in de buurt was, tot ik onlangs zelf werd gestoken. Ik kan je zeggen: it hurts like a bitch.

 

  • Één van de allerleukste dingen in afwachting van de zomer is ongetwijfeld het plannen van uitjes met vrienden. Maar weet je wat écht leuk zou zijn? Als die uitjes ook effectief plaats zouden vinden. Als puntje bij paaltje komt, is de helft van de squad op vakantie en de andere helft aan het werken, of steekt tweede zit stokken in de wielen. Deze zomer ging ik de belichaming van de belachelijke caption “Toerist in eigen land” worden (gebruik dat alsjeblief niet meer, ’t is echt vreselijk). Ik ging chillen in Gent, in Brugge, aan de zee…. Tot op heden beperken mijn Vlaamse travels zich tot ehm… het MAS. Omdat daar veel Pokémon Go Pokéstops zijn. En ja, het MAS is aan het einde van mijn straat. No judgement please.

 

  • Omdat de combinatie van bovenstaande flaws nog niet tragisch genoeg was, ben ik ook één van de gelukkigen die zichzelf een hooikoortspatiënt mag noemen. Laat je niet misleiden door mijn loopneus, opgezwollen keel en de luchtbellen op mijn oogballen… het is allemaal nog veel erger dan dat. Sommigen slagen erin om hooikoorts er te doen uitzien als een klein, lastig kwaaltje. Zo is er een interview waarin mede-patiënt -we are so meant to be- Harry Styles de hele tijd schattig zit te snuffelen. Cute, maar voor de niet-halfgoden onder ons is het minder sexy. Ooit hoorde ik iemand (zonder ervaring met de hele zaak) zeggen dat hooikoorts “is zoals een verkoudheid”. Ja zenne, als een verkoudheid betekent dat ik 24/7 al mijn zelfbeheersing moet bundelen om geen vork in mijn oog te planten.

 

  • “Deze zomer wordt helemaal van jou, schorpioen. De komende weken worden ZO romantisch! In augustus komt er een onbekende hottie in je leven. Dat geeft vuurwerk!” Min of meer mijn zomerhoroscoop sinds 2005. Ik begrijp dat de redactie de lezers een goed gevoel wil geven en daarom een beetje uit z’n nek zit te kletsen om die rubriek te vullen, maar honestly, guys, de meest passionele actie die ik tijdens de zomervakantie ervaar, is wanneer de barman me achterna komt gelopen omdat ik niet genoeg fooi heb gegeven.

 

  • Het kan misschien ook zijn dat die veelbelovende voorspellingen niet uitkomen omdat we de boel zelf verpesten. Zon, sfeer en alcohol staan vaak gelijk aan verkeerde en niet-zo-classy beslissingen. Voor mij op kop: drunk texten. Een paar zomers geleden was ik op een festival redelijk in de wind en vond ik er niet beter op dan mijn crush -die, in mijn verdediging, enorm de fooraap aan het uithangen was- te overladen met tientallen kwade en vooral zatte sms’jes. De rest van het festival deed hij vreemd genoeg geen enkele moeite meer om mij te zien. Rude.

 

  • Iedereen die mij een beetje kent of al ooit met mij heeft gesproken, is op de hoogte van mijn grootste fobie en tegelijk ook het meest misselijkmakende aspect van de zomer: blote voeten. Ik kan niet beschrijven hoe vreselijk ik het vind wanneer het zonnetje tevoorschijn komt piepen en iedereen en masse in slippers en sandalen verschijnt. Toegegeven, ik ben sowieso al niet honderd procent comfortabel en flex met blote lichaamsdelen en het heeft voor mij ook iedere zomer heel wat voeten in de aarde (ieuw) vooraleer ik mijn “onthullende” kledij durf bovenhalen, maar voeten slaan toch wel alles. Waarom denkt iedereen dat het oké is om zoiets gruwelijks zomaar tentoon te spreiden? Ik wil best begrijpen dat niet iedereen zo gedegouteerd is van een voet als ik, maar zijn er echt mensen die dat mooi, of zelfs maar matig vinden? Grappig genoeg zijn het ook altijd zij met de lelijkste exemplaren die tijdens de zomer met hun sandalen vergroeid zijn. Ik heb een vriendin wiens “dingetjes” -ik kan het woord voor die vijf uitstekels niet eens neerpennen, zo goor vind ik het- quasi even lang zijn als mijn pink. Serieus. Maar eigenlijk heb ik het in het bijzonder op mannen. Sorry, maar een mannenvoet, daar is altijd iets mis mee. Iedereen kent ze wel; de jongens die vinden dat de klerencombinatie “geruite short op geruit hemd” nog niet genoeg als anticonceptie fungeert en ook nog eens met fucking Birkenstocks moeten paraderen. Vandaag nog zag ik een niet-onknappe jongeman. Ik bekeek hem even schaamteloos van boven tot onder: man bun (oh yasssss), baard (dingdingding), tattoos (zou het te vroeg zijn om een thema voor de bruiloft te kiezen?) en….slippers. Mmmmmjah, daar hield het dus op.

 

Zo! Na een kleine eeuwigheid nog eens een blogpost. Dankjewel aan iedereen die de voorbije weken zei dat ie het jammer vond dat er al zo lang niets meer gepost was. Superlief. Happy summer everyone! Maar mét laarzen aan alsjeblief.

 

whenever-i-take-hot-showers-in-the-summer-11203

The wonderful world of Tinder – swipesituaties die iedereen herkent

Tinder (voor zij die nu al met de ogen draaien: hear me out here). Dé app voor iedereen die zich niet in een in-steen-gebeitelde-relatie bevindt. Op zoek gaan naar de liefde van je leven of een toffe hook-up was nog nooit zo eenvoudig. Het is makkelijk, het is hip, en vooral: het is gratis. Bovendien hoef je je voor een profiel op Tinder niet te schamen. Terwijl andere online datingsites nog steeds taboe zijn – niet geheel onterecht, wat voor arrogante dwaas moet je zijn om je aan te melden op ‘Elitedating: voor singles met niveau’? ­– is dit platform perfect aanvaard. Ideaal dus. Of toch niet?

Het hele zaakje blijft natuurlijk enorm oppervlakkig. Op basis van enkele foto’s en eventueel een witty tekstje, bepalen anderen jouw lot. Uiteraard heb je een zeer duidelijk beeld van hoe die ultieme match eruit moet zien en wie daar niet aan voldoet wordt dan ook zonder medelijden naar links gestuurd (de nee-kant, voor onervarenen). Zo werkt het nu eenmaal, maar dat is toch absoluut niet vergelijkbaar met de werkelijkheid? Veel van je vrienden zou je op Tinder naar links swipen wegens “niet mijn type mens”, terwijl dat dus in real life wél zo is. En er zijn toch altijd onfortuinlijke sweethearts die écht niet fotogeniek zijn? Op zich is dat allemaal niet zo erg, want Tinder werkt volgens het principe dat je enkel kan zien dat iemand jou liket, als je dat zelf ook doet. Ook dan pas kan er een gesprekje gestart worden. Zo kan je in alle rust iedereen beoordelen en word je niet aangesproken door iemand van wie jij denkt: “Hell naw”. Schaamteloos deelnemen aan de vleeskeuring. That’s the beauty of it.

Op aandringen van een vriendinnetje dat nogal euhm… actief was in de datingwereld, maakte ik ooit ook een profiel aan. To see what all the fuss was about. En of je nu fan bent of niet, het blijft een niet te missen ervaring. Enkele ongetwijfeld herkenbare Tindersituaties:

–          Je moet ongeveer 300 keer naar links swipen alvorens je iemand tegenkomt die naar rechts mag. Ondertussen begin je je ganse leven in vraag te stellen: is het nu echt zo ver moeten komen? Maar goed, we geven het een kans.

–          Één van de redenen waarom je Tindert, is de nood aan bevestiging. Weten dat je nog goed in de markt ligt. Maar let’s be real here: zelfs de mottigste trochel kan op Tinder erkenning krijgen, mits de juiste lichtinval. Het is dan ook niet bepaald strelend voor je ego wanneer iemand die jij echt nog wel oké vindt, niet terugliket.

–          Je komt op een foto met twee mensen terecht en denkt “Damn, die rechtse mag er best wezen, hopelijk is dat ook de eigenaar van dit profiel”. Maak je geen illusies: het is de linkse.

–          Jij en een onbekende Tindergebruiker hebben 43 gemeenschappelijke vrienden op Facebook en ze zijn totaal niet logisch: klasgenootjes van de Uni, kennissen uit Italië, collega’s, vrienden aan de andere kant van de wereld… Hoe zelfs?

–          Je bent al enkele minuten aan het swipen en bent al lang niet meer bij de les. Op automatische piloot maakt je duim aan recordtempo dezelfde beweging: links, links, links, links, lin….FUCK. Ja, ’t is gebeurd. Je hebt die ene perfecte dude en daarmee je enige kans op een lang en gelukkig leven weggeveegd. Als een gek google je hoe je op Tinder de tijd kan terugdraaien, maar neen. The damage has been done.

–          Akkoord, het is redelijk moeilijk om jezelf in enkele zinnen voor te stellen en dan kies je best voor een leuke quote of aanstekelijke oneliner, maar er zijn grenzen. “Waking up is the second hardest thing in the morning”? Okaaaaaaaay. Moving on.

–          Je komt een goede vriend tegen en weet niet wat te doen. Je vindt het wel grappig en bent geneigd om te liken voor de leut, maar misschien is de regel juist dat je moet doen alsof het nooit gebeurd is? Is hier een code voor?

–          Je hoopt van harte dat Tinder niet echt representatief is voor de mannelijke populatie. Badkamerselfies in bloot bovenlijf, kerels met wenkbrauwpiercing, overdreven gladde palingen en afgeborstelde modellen? Ugh.

–          Je stoot op een aardig uitziende jongeman. Leuke foto’s, tof tekstje, alleen… die naam. Ik kan ons bon echt niet vertellen dat ik date met iemand die Jean-Baptiste heet. Of Kenny. To the left, to the left.

–          Je bent het allemaal redelijk zat aan het worden omdat echt niemand hier je ook maar een beetje kan bekoren… tot dan opeens je voormalige crush voorbij komt. Oh holy fuck. Je gsm voelt plots aan als een handgranaat (wat doe ik hier in godsnaam mee) en je voelt je ongelooflijk bekeken. Dit is niet meer zo leutig. Want terwijl je jezelf al die tijd had ingepraat dat “hij er misschien gewoon nog niet aan toe was”, blijkt nu dat hij wél een gezonde interesse heeft in het andere geslacht, gewoon niet in jou. Autch.

–          Het wonder is geschied. Je hebt een match. Helaas, na twee minuten in het gesprek loopt het alweer mis. Alles voelt gewoon zo geforceerd. Get me outta here.

 

Iedere keer opnieuw moet ik vaststellen dat ik er gewoon niet voor gemaakt ben, voor dat hele daten. Ik walg van smooth talk, hou het meteen voor bekeken bij die doorzichtige praatjes, heb geen greintje gevoel voor flirten in mijn lijf, ben meteen geshockeerd en let’s face it: ik ga mijn true love heus niet tegenkomen op Tinder. Dat gezegd zijnde kan het natuurlijk geen kwaad om af en toe een beetje te swipen en wat rond te kijken. Neem het wel allemaal niet te serieus: je hebt kijken en je hebt kijken kijken.

pathetic.jpg

You can’t touch this

Zaterdagavond. Na een gezellig bezoekje aan vrienden ben ik te voet onderweg naar huis. Ik ben goed gezind want, hoewel het redelijk koud is, geniet ik best van zulke nachtelijke wandelingen. Ik loop vrolijk door de stad. Minding my own business. Van mijn goede humeur blijft helaas al snel niet veel meer over wanneer drie mannen mijn pad kruisen. Ze bekijken me van boven tot onder en beginnen naar me te roepen. Eentje heeft het over mijn borsten, zijn vriend eist dat ik met hen mee kom en de derde vindt dat ik eruit zie als een hoer. Er volgt nog wat woordenschat die ik niet eens wil neerschrijven. Totaal van de kaart ga ik zo snel mogelijk naar huis. Mijn eigenwaarde zit ongeveer tien meter onder de grond.

Enkele maanden geleden werd ik gevolgd. Opzettelijk was het eigenaardige type op dezelfde bus gestapt als ik. Hoewel het voertuig zo goed als leeg was, koos hij het stoeltje naast mij. Vervolgens was het overduidelijk zijn bedoeling om samen met mij af te stappen, waar dat dan ook mocht zijn. De buschauffeur had het gelukkig ook in de mot en raadde me aan te blijven zitten tot aan het einde van de rit. De vreemde figuur weigerde aanvankelijk de bus te verlaten zonder mij, maar werd eraf gezet. De chauffeur zette me een eindje verder af en vertelde me dat hij en zijn collega’s wekelijks getuige zijn van situaties als deze. Ik herhaal: op z’n minst wekelijks. Dat ik gedwongen word mijn reisweg aan te passen voor zo’n stuk onbenul, vind ik gewoonweg zum Kotzen.

Ik ben niet iemand die zich als vrouw snel benadeeld voelt in onze maatschappij. Ik kan best lachen met een “vrouwonvriendelijk” mopje en ik ben ervan overtuigd dat mannen door vrouwen óók geobjectiveerd worden. Wat ik niet kan verdragen, is dat ik door totaal onbekende lui zonder enige reden aan de imaginaire schandpaal word genageld. Wat geeft hen in godsnaam het recht?

Keer op keer vraag ik me af wat de bedoeling is van zulke praktijken. Ik kan alleen maar bedenken dat die figuren wanhopig het gevoel willen hebben dat ze eventjes over een klein beetje macht beschikken. Misschien zijn ze zelf redelijk onzeker en zoeken ze hun plekje binnen de samenleving? Misschien hebben ze het gevoel niet echt een identiteit te hebben en proberen ze zo die van anderen te ondermijnen? Misschien vervelen ze zich gewoon ontzettend, worden ze knettergek van iedere dag opnieuw doelloos door diezelfde straatjes te slenteren en doen ze alles om hun dagen wat op te leuken?

Het tragische is dat die mannen die woorden, die ze zo achteloos uitspuwden, twee straten verder alweer vergeten zijn. Terwijl ik wanneer ik thuis kom een stevig potje zit te huilen. Niet omdat ik me beledigd voel door de termen die ik naar mijn hoofd geslingerd kreeg – wat zo’n vortlap die het woord “vrouw” waarschijnlijk niet eens kan spellen van me denkt, laat me gelukkig nog redelijk koud. Nee, ik voel me slecht omdat zulk gedrag vandaag de dag bijna normaal lijkt geworden, omdat ik niet kan geloven dat iemand zo kan zijn en omdat ik me totaal machteloos voel. Graag was ik op hen afgestapt en had ik gevraagd wat in vredesnaam het probleem was, maar daarvoor was ik te hard van slag. Nog liever had ik terug willen roepen dat ze “zich mochten gaan aftrekken met een hand vol punaises” (niet mijn quote, helaas). Maar ik was met verstomming geslagen. Het liefst had ik hen nog allemaal een voenk op hun oog gegeven, maar als meisje dat nog nooit iemand geslagen heeft, was de kans dat ik zou zegevieren bijzonder klein. Dus deed ik niks en ben ik uiteindelijk vooral kwaad op mezelf. Ik voel me zwak, terwijl dat helemaal niet zou moeten. “We laten ons onze vrijheden niet ontnemen.” Ik hoor het ze graag zeggen, de wereldleiders, maar wanneer vriendinnen nauwelijks nog buiten durven komen, meisjes te horen krijgen dat ze “een armlengte afstand moeten houden” en ikzelf overweeg om me toch maar eens pepperspray aan te schaffen, vraag ik me af of het daar niet al lang te laat voor is.

Ook op vlak van fysiek contact lijken sommige mannen zichzelf zo begeerlijk te vinden dat wij als zwak, wanhopig meisje die kans toch niet aan ons voorbij kunnen laten gaan. Wie dat wel doet, is overdreven preuts. De zeldzame keren dat ik in Berlijn uitging, werd ik vreemd bekeken wanneer ik zei dat ik niet naar daar was gekomen om als sardienen in blik tegen één of andere mottige vent te staan schuren. “Jij bent hier, zonder gezelschap van een man? Dan wil je dat toch duidelijk wel?” What? En toen ik onlangs in de Qué Pasa was, probeerde een Nederlandse dude me de ganse avond…om het ranzig te zeggen…binnen te doen (te muilen, if you will. Al vind ik dat veruit het lelijkste woord van de afgelopen jaren. Ugh). Ik werd onpasselijk van het idee alleen al, maar keer op keer herhaalde hij dat dat toch allemaal geen probleem was, er was immers geen liefje in de buurt. Fuck, is het dan zo ondenkbaar dat ik dat zélf niet wil? Dat ik zélf die beslissing neem? Het lijkt misschien moeilijk te vatten, maar als ik bepoteld wilde worden door een hitsige Hollander, zat ik niet op vrijdagavond ‘Soldiers Of Love’ mee te brullen in een van de bekendste gay bars van ‘t stad. Just sayin’.

We moeten het maar niet zoeken, zeggen ze. We moeten niet te uitdagend gekleed gaan, we moeten veiligere wegen nemen en we moeten altijd in groep zijn. Laten we nu nog maar eens roepen, schreeuwen, in de gazetten drukken, op een t-shirt zetten of in de lucht schrijven dat niemand.dit.zoekt. Dit gebeurt niet omdat ik graag alleen ben. Dit gebeurt niet omdat ik te weinig kleren draag, of te veel. Dit gebeurt niet omdat ik vrij rond wil lopen in de stad waar ik woon. Als ik om drie uur ’s nachts alleen en poedelnaakt door de straten van Antwerpen wil huppelen en daarbij de Macarena wil dansen, dan zou dat moeten kunnen (al zijn er dan weer andere argumenten om dat niet te doen). Die droevige voorvallen gebeuren enkel en alleen omdat er mensen bestaan die niet in staat zijn om anderen in hun waarde te laten. Om voorbijgangers te laten passeren zonder de gefrustreerde rotzak uit te hangen. Om gewoon met hun poten van andermans lijf te blijven. En nee, ik weiger mij daaraan aan te passen. Vanaf het moment dat we dat doen, winnen zij. Dat gun ik die schurken echt niet.

 

82379-how-about-no-gif-Kurt-GLEE-N6Eq.gif