Wat boeken en films me leerden over de liefde

Wat boeken en films me leerden over de liefde

Als je mij zou vragen met welk boek- of filmpersonage ik mezelf het meest vereenzelvig, is dat zonder twijfel Helen Fieldings Bridget Jones. Ik lijk niet alleen met die mening, want toen ik onlangs vertelde dat ik ‘Bridget Jones’s Baby’ was gaan kijken (aanrader!), kreeg ik nog maar eens een paar keer “Oh, ja, die doet me wel aan jou denken!” te horen.

Wanneer ik de boeken lees, denk ik de hele tijd “God, dat ben ik” en ook de film was opnieuw pijnlijk herkenbaar.
*SPOILER ALERT*
Zo komt er in de film een scène waar Bridget haar 43e verjaardag wil vieren en haar beste vrienden afbellen. De babysit komt niet opdagen, de baby is ziek…. Gelukkig is er nog de gay best friend. Tot die aankondigt dat ook hij babyplannen heeft. Ik kon niets anders denken dan: “Damn, dit is mijn leven over enkele jaren.” Al is er tussen Bridgets leven en het mijne wel één groot verschil: Mr Darcy.

Dat brengt ons bij de volgende gebeurtenis van de afgelopen week. Voor Engels kreeg ik de opdracht om een essay te schrijven met als onderwerp “What literature taught me about love”. Interessante vraag. Wat heeft literatuur me over de liefde geleerd? Eerst en vooral: dat schrijvers van liefdesverhalen ongelooflijke sadisten zijn. Die conclusie trek ik graag verder door naar makers van films of televisieseries. Er is toch een door en door slechte ziel voor nodig om zulke overdreven knappe, loyale, grappige en oprechte personages op papier of op het scherm tot leven te brengen, wetende dat geen enkele lezer of kijker ooit in contact zal komen met iets wat daar nog maar in de verste verte op lijkt? Resultaat is dat we onze eisen uiteindelijk zó hoog gaan leggen dat in real life niemand daaraan voldoet. Ik ben bovendien een beetje misnoegd dat zelfs Bridget, mijn televisie-soul sister, uiteindelijk voor het ideale huisje-boompje-kindje-patroon is bezweken. “As a writer, I’m a fan of the happy ending.” Well thank you, Helen Fielding.

Ik wil niet donker of cynisch klinken. Ik wéét dat zulke happy endings en hippy-dippy-true-love-things niet voor iedereen zijn weggelegd en ik vind dat prima. Ik ben perfect gelukkig zonder persoonlijke Colin Firth. Ik kan me best vinden in het toekomstbeeld van mezelf als meter van enkele snoezige baby’s die ik op het einde van de dag gewoon weer bij hun uitgeputte ouders kan achterlaten, waarna ik in alle rust een flesje wijn kraak en het intussen 28e seizoen van Grey’s Antomy binge-watch. Maar hoe komt het dan dat ik, samen met zo veel andere zelfverklaarde onafhankelijke happy singles, nog steeds zo’n sucker ben voor een romantisch boek of een film met sprookjesachtige plot?

Want da’s het ding. Hoewel ik zó goed weet dat die verhalen compleet onrealistisch zijn, grijp ik nog steeds iedere kans om te lezen over hoe twee mensen verliefd worden, schreeuw ik naar mijn boek of televisie wanneer de protagonisten te blind zijn om zich hun undying love voor elkaar te realiseren en huil ik als een klein kind wanneer ze dat uiteindelijk wel doen. En hoewel ik “in ’t echt” de eerste ben om commentaar te leveren op koppels en hun public displays of affection, kan het me in de wereld van de fictie allemaal niet zoetjes genoeg zijn. Meer nog: dan erger ik me zelfs aan de nevenpersonages die zich durven storen aan het melige gedoe. They’re in love, cut them some slack, goddammit!

Het succes van liefdesverhalen in boeken en films zit ‘m enerzijds natuurlijk in escapisme -eventjes ontsnappen uit de nare werkelijkheid en onszelf onderdompelen in een totaal andere wereld- en anderzijds in het feit dat die romannekes ons hoop geven. Of die hoop nu vals is of niet, we krijgen graag af en toe de “bevestiging” dat het wél allemaal echt kan. Dat we wél nog moeten geloven in sprookjesachtige taferelen, want kijk, bij onze favoriete personages kan het ook! Misschien is dat dan ook het belangrijkste wat literatuur me kan leren: dat we nooit genoegen moeten nemen met minder dan die alles-overwinnende onvoorwaardelijke liefde waar we zo graag over lezen. Want als we ons in de bioscoop of de boekhandel niet tevreden stellen met minder dan het beste, waarom zouden we dat in real life dan doen?

Daarom maak ik me absoluut geen zorgen om mijn “bijna-vierentwintig-en-nog-steeds-single” status. Komt het er binnenkort van? Prima. Komt het er niet van? Ook prima. Ik heb nog een hele boekenkast om me bezig te houden.

Love,

G.X

 

 

 

 

Advertenties

Het wij-koppel (serieus, wees niet dat koppel)

Het wij-koppel (serieus, wees niet dat koppel)
(Elke gelijkenis met bestaande koppels berust op louter opzet)

Tijdens een nachtelijk gesprek waarin ik nog maar eens mijn frustraties op haar losliet, stelde mijn vriendin voor om er een stukje over te schrijven. Zo gezegd zo gedaan: een blogpost over een ergerlijk en oh zo fascinerend fenomeen. Het is verantwoordelijk voor ontelbare (vriendschaps)breuken en drama’s, en toch blijft het vrolijk slachtoffers maken: het clubje van de ‘wij-koppels’.

Ja, clubje. Want dit soort koppel beschikt over een lidkaart tot een elitefeestje waar de gewone mens niet naartoe mag. Toen ik vorig jaar triest was omdat ik mijn verjaardag uitgebreid had willen vieren en alle genodigden belachelijk vroeg naar huis waren om tijd met hun wederhelft te spenderen, meldde een verliefde vriendin droogjes dat ik “stilaan toch moest gaan beseffen dat mensen in een relatie verder gaan met hun leven en dat ik dat daar als niet-in-een-relatie-zijnde niet bij kon horen”. Ik kon wel huilen. Ik was toch niet degene die veranderd was? Is het zo ongelooflijk veel moeite om één avond op het jaar tijd te maken? Ondertussen is deze friend weer single en kan ze zich maar moeilijk voorstellen dat ze ooit zoiets gruwelijks heeft gezegd, maar dat is nu precies het gekke: hoe kan de verandering naar een relatie iemand zo verblinden?

Ik ben geen verbitterde hater van alle liefdesdingetjes. Ik spendeer graag tijd met koppels die hun ‘public display of affection’ tot het minimum beperken, ik ben blij wanneer mijn vrienden gelukkig zijn met hun lovers en ik heb absoluut geen bezwaren tegen Valentijn. Het moet echter van twee kanten komen. Waarom is het dan voor velen geen optie om een aangenaam koppel te zijn dat niemand stoort, maar moet die relatie zodanig tentoongespreid worden dat het zowat alle singletons instant mottig maakt?

Leden van wij-koppels zijn makkelijk te herkennen. (Voor degenen die zo niemand kennen: it’s probably you.) Eerst en vooral zijn het gegarandeerd zij die altijd beweerden dat ze nooit lid zouden worden van een wij-koppel. Hoewel kusfoto’s op sociale media vroeger hun nekharen overeind deden komen, doen ze er nu vrolijk aan mee, inclusief stroperig tekstje waar niemand (nee, echt niemand) boodschap aan heeft. Wachtwoorden die voorheen persoonlijk waren, worden vrolijk uitgewisseld onder de partners. Gewoon, omdat het kan. De vrienden die vroeger vol walging spraken over mensen die geen paar dagen zonder elkaar konden, vormen nu een onafscheidelijk geheel met hun hartendiefjes. Als goeie vriendin zit er dan weinig anders op dan het hele gebeuren te incasseren en te aanvaarden dat uitjes met die vrienden niet meer zullen zijn wat ze ooit waren. In de meeste gevallen gaat de +1 gewoon lekker mee. Waarom ook niet? Met heel wat geluk is de vriend of vriendin in kwestie wel zo correct om eerst te checken of de aanwezigheid van het lief gewenst is, maar eigenlijk weet iedereen dat “Ooh natuurlijk, super!” het enige aanvaardbare antwoord is. Resultaat is een etentje waarbij het koppel in elkaars ogen staart of elkaar begint op te peuzelen. Een halve minuut op de klok, een eeuwigheid voor de single friend die wanhopig naar overal probeert te kijken behalve naar daar en die uiteindelijk over de ganse avond het meeste interactie heeft gehad met een fles Chardonnay.

Dan is er nog dé standaardquote die door wij-koppels fier verkondigd wordt wanneer een buitenstaander hen op hun gedrag wijst. Het antwoord op alles en het sterkste argument om hun plotse metamorfose te verdedigen: “Wacht maar tot jij met iemand samen bent, dan doe je net hetzelfde. Hoho, dan gaan we wat zien.” Nog maar net die facebookstatus aangepast naar “in een relatie” en plotseling expert ter zake. Dé ideale persoon om die onwetende vrijgezelle vrienden te vertellen hoe het er bij ‘de grote mensen’ aan toegaat. Wel, dat denk ik niet. Aangezien ik zelf geen flauw idee heb hoe ik me zal gedragen wanneer ik een wilde weldoener vind die tijd met mij wil doorbrengen, heb ik aan dergelijke voorspellingen geen boodschap. Ik zeg wel dit: als ik effectief ooit zo iemand dreig te worden, help me dan. Desnoods met geweld.

Mijn omgeving leerde me ook al dat het voor die smartasses wel eens pijnlijk kan worden eens die romantische bubbel doorprikt is en het duo van weleer opnieuw twee individuen zijn die hun plekje bij hun verwaarloosde vrienden moeten terugverdienen. Ik stel dus voor dat we gewoon allemaal hopeloos en holderdebolder verliefd worden, maar dan zonder vanop dat roze wolkje dingen te roepen die anderen naar tissues en Cookie Dough doen grijpen.

(Natuurlijk zijn er ook toffe, oprecht schattige koppels die elkaars slokdarm onaangeroerd laten wanneer ze in gezelschap zijn. Bedankt daarvoor. You rock.)