Waarom doen vrouwen zo gemeen tegen elkaar?

Waarom doen vrouwen zo gemeen tegen elkaar?

Enkele dagen geleden kreeg ik een sms van mijn best friend. Op zich niet zo bijzonder. Ze was nogal van streek. Ook niet zo bijzonder. “Waarom was ze dan van streek?” hoor ik u vol ongeduld vragen. Wel, tijdens één van haar avondwandelingen passeerde ze enkele meisjes die nét luid genoeg “Amai, die griet denkt ook dat ze sexy is” haar richting uit sneerden. Nu is mijn beste vriendin inderdaad een hot fox, dus dat sloeg helemaal nergens op. Het deed me denken aan een ander voorval waarbij een vriendin rustig op de Meir stond, minding her own business, toen haar werd meegedeeld dat ze een “bitch face” had. Door wildvreemde grietjes? Best bot, maar niet zo zeldzaam. Als ik naar mijn omgeving kijk, merk ik dat vrouwen tegenover elkaar maar wat graag met bitse commentaren strooien. Of het slachtoffer nu een wereldster, of een beste vriendin is. En neem het aan van iemand wiens tweede naam gedurende haar gehele middelbare schoolcarrière “arrogant” was: meestal is die kritiek totaal van de pot gerukt. Maar waarom doen meisjes zo lelijk over elkaar?

Eerst en vooral is het opvallend dat, hoewel vrouwen het andere geslacht steeds verwijten te hard op het uiterlijk te focussen, ze dat onderling net zo hard doen. Hoe hoog een vrouw door haar soortgenoten wordt ingeschat, hangt grotendeels af van hoe ze eruitziet. Te veel make-up? Oppervlakkig. Blond? Dom. Te veel kleren? Preuts. Te weinig kleren? Een slet. En als daarvan niets van toepassing is, gaan we gewoon voor de klassieke “te veel streken.” En ja hoor, die conclusie kan getrokken worden zonder één enkele ontmoeting.

De looks van een vrouw bepalen niet alleen hoe ze ontvangen wordt bij de rest, ze hebben ook invloed op hoe die rest zich voelt. Ik had een vriendin die er iedere dag uitzag alsof ze rechtstreeks van de catwalk op de Paris Fashion Week kwam. Iedere keer dat we elkaar gingen zien, deed ik dan ook alle moeite om mijn innerlijke Kate Moss te channelen. Dan was ik tevreden met mijn look, tot zij in mijn gezichtsveld verscheen en ik liefst zo snel mogelijk weer naar huis wilde. En wanneer een kennis 300 likes krijgt op een selfie, ben ik ervan overtuigd dat ik het meest onpopulaire mormel op aarde ben. Hell, ik héb niet eens 300 vrienden. In een tijdperk waar iemands sociale klasse afhankelijk is van het aantal volgers op Instagram, zijn dat drama’s.

Helaas gaat dat constante opboksen van meisjes onderling verder dan uiterlijk alleen. We vergelijken onszelf met anderen op alle vlakken. Liefdesleven, werk, studies,… Al denk ik wel dat we vooral nijdig zijn wanneer iemand succes boekt in een sector waarin wij óók succes willen. We zijn minder jaloers op de fancy nieuwe job van een vriendin als we zelf gelukkig zijn op professioneel vlak en we zijn enkel pissig om de hoge examenscores van anderen wanneer de onze onder de verwachtingen liggen. Zo zou ik bijvoorbeeld niet meteen groen zien van jaloezie wanneer een vrouw in mijn omgeving het tot olympisch kampioen hoogspringen zou schoppen. Ik zou zelfs trots zijn. Die positie ambieer ik namelijk zelf niet. Maar recent hoorde ik dat een meisje uit mijn studierichting dit jaar op de Boekenbeurs zal staan om haar schrijfsels te signeren en, hoewel ik snel daarna blij was dat mensen uit ons jaar het goed doen, moet ik toegeven dat dat niet mijn eerste reactie was. Neen, eerst deed ik wat research en trok ik mezelf op aan het feit dat er  “maar” enkele honderden exemplaren verkocht waren. Oke, dat kan ik ook. Denk ik. Misschien. Ooit.

Heeft die hele strijd voor gender equality ertoe geleid dat we altijd en overal de drang voelen onszelf te bewijzen? Ik denk van wel. De druk om mooi, lief, grappig, getalenteerd én slim te zijn is alleszins immens. Jaloers zijn op een andere vrouw is echter totaal nutteloos, maar wel menselijk. Ik vind dan ook we dat niet moeten proberen verbergen of verpakken in giftige kritiek, al is dat allemaal makkelijker gezegd dan gedaan. Soms helpt het om iemand anders als dom of lelijk af te schilderen om onszelf beter te voelen. Het doet nét dat ietsje minder pijn wanneer een ex na zijn relatie met jou samen is met een trol, dan met een topmodel. Ooit zag ik dat de love interest van mijn love interest in een facebookcomment “there” schreef als “their”. Ik voelde me meteen minder onzeker. It’s fine, she’s stupid.

Tricky wordt het wanneer die negatieve gevoelens de kop opsteken tegenover vrienden. Dat gebeurt volgens mij aanzienlijk vaker bij vrouwen dan bij mannen. Hoe lang kunnen vriendengroepjes van enkel mannen in harmonie samenleven zonder ambras? Doorgaans lang. Hoe lang kunnen vrouwen dat? …..Exact. Gelukkig hoeft een beetje jaloezie niet altijd tot ruzie te leiden. We moeten gewoon erkennen dat het er is. Het steekt soms wanneer een vriendin knapper is, of rijker, of slimmer. Dat is geen schande en het zou mooi zijn als we dat gewoon konden uiten. Zoals bijvoorbeeld wanneer een mede-single-vriendin opeens niet langer mede-single is. Typisch geval waarbij de ongeschreven regel zegt dat jij op dat moment net zo gelukkig moet zijn met dat nieuws als zij. Hahaha. Niet dus. Noteer: geen enkele, maar dan ook geen enkele vrouw die single is, is oprecht blij wanneer een vriendin zichzelf een liefje heeft gescoord. Iedereen die beweert van wel, liegt. Of misschien zijn ze blij voor die friend, maar zeker niet voor zichzelf. Er is natuurlijk sowieso dat knagende gevoel van “waarom zij en niet ik?”, maar meestal gaat het ‘m niet eens om het feit dat jij als single ontevreden bent met je eigen relatiestatus. Het is het besef dat de vriendschap hoe dan ook verandert nu zij “wij” zijn en jij nog altijd….jij. Dat de “alle mannen zijn varkens, jij en ik, samen sterk”-gesprekken die jullie samen hadden, vanaf nu vervangen worden door die gevreesde “de liefde komt wanneer je het niet verwacht, je zal wel zien, kijk maar naar mij”-zever. Geen mens die daarop zit te wachten.

Be that as it may, het kan geen kwaad een ander meisje af en toe een complimentje te geven in plaats van een nasty comment. Zo sprak ik dit jaar een wildvreemd grietje aan op haar flawless eyeliner en kreeg ik er niet alleen make-uptips, maar ook een goede vriendin bij. Akkoord, ik ben de eerste om in full bitch mode te schieten wanneer ik me onterecht behandeld voel, maar wanneer dat niet het geval is, moet je gewoon chillen. Uiteindelijk zitten we allemaal in hetzelfde schuitje en worstelen we allemaal met dezelfde onzekerheden. Laten we elkaar dus eerder als bondgenoten dan als concurrentie zien. Sisterhood and all that. Het is nergens voor nodig om onszelf en andere vrouwen gemeen te behandelen. Daar zijn mannen al voor.

Buh-bye,

G. X

Advertenties

Sorry seems to be the hardest word

Enkele posts geleden had ik het over vriendschappen die op een pijnlijke manier eindigen. Omdat ik daar de afgelopen weken een beetje mee in mijn hoofd zat, besloot ik toenadering te zoeken tot één van die ex-best friends. Ik stelde een berichtje op waarin ik zei dat ik hoopte dat we na al die tijd de dingen iets meer konden relativeren. Ik vertelde dat ik besefte dat we beiden fouten hadden gemaakt, dat ik het jammer vond dat alles zo was gelopen en dat ik hoopte dat het hem goed ging. Uiteraard verwachtte ik geen sprookjesachtige verzoening, maar ik was ervan overtuigd dat we de dingen ondertussen vanuit een ander perspectief konden bekijken en dat we ooit misschien weer op een fatsoenlijke manier met elkaar konden omgaan. Hij antwoordde dat ik een egoïstische klootzak ben en dat ik blij mocht zijn dat hij het nog zo beleefd verwoordde, want dat hij geen vriendelijkere termen kon bedenken om mij mee te beschrijven. Okay…he sure can hold a grudge. Tot zover dat relativeren.

You pretentious piece of shit. Dat was mijn eerste reactie. Overmand door verontwaardiging en woede (serieus, hij sprak me aan met “gast”? Niet doen) was dat dan ook exact wat ik terugkaatste. Oeps. Ik voelde me redelijk vernederd, want tenslotte had ik een knieval gedaan en gedroeg hij zich als een soort van halfgod die niet kon geloven dat deze ordinaire sterveling hem probeerde te benaderen. Maar hoewel ik eerst spijt had van mijn bericht, bedacht ik me al snel dat ik niet degene was die zich slecht moest voelen. Ik was wel degelijk the bigger person geweest en hoewel hij wanhopig probeerde te laten blijken dat hij het verleden had losgelaten, kon ik uit zijn reactie alleen frustratie afleiden. Ondanks dat mijn vredesvoorstel niet bepaald positief onthaald werd, heb ik mijn best gedaan. En wat die ex-best friend betreft, wens ik hem en zijn haatdragende karakter het allerbeste toe.

Want dát is nu net de conclusie waar ik toe gekomen ben: ik koester geen wrok, tegenover niemand. Technisch bekeken zijn er een heleboel mensen waar ik boos op zou kunnen zijn: vrienden die me lieten staan, leerkrachten die zeiden dat ik nooit iets zou bereiken, ouders die vooral hun best deden om te tonen hoe het niet moet, interim-medewerkers die nooit terugbelden en jongens die mijn hart braken. Natuurlijk voelen we ons allemaal wel eens serieus in de zeik genomen. Het is dan ook perfect normaal om eventjes nijdig te zijn. Als ik een euro moest krijgen voor iedere keer dat ik iemand de cholera had toegewenst, zou ik oneindig lang zwemmen in het geld. Zulke woede-uitbarstingen worden echter gevoed door een gevoel van onmacht dat meestal even snel verdwijnt als het gekomen is. Dus, eens de gemoederen bedaard, ben ik volledig vrij van haatgevoelens. Het is best belangrijk om daarnaar te streven, vind ik. Ik ben ervan overtuigd dat, zolang je op wraak blijft zinnen, je niet verder kan. Hoewel woede je in eerste instantie een vals gevoel van macht kan geven (kwaad zijn is zooooveel makkelijker dan gekwetst zijn), helpt het je eigenlijk geen stap vooruit. Uiteindelijk is er nog maar één iemand die lijdt onder die rancune: jijzelf.

Vergeven doe je dus in de eerste plaats voor jezelf. Omdat je je er écht beter door voelt. Je kan het gedrag van anderen niet bepalen. Je kan niet altijd voorkomen dat iemand je onrecht aandoet. Wat je wél zelf kan kiezen, is in hoeverre je in die negatieve gevoelens blijft hangen. Maar goed, voor het hier op de rubriek van een of andere zweefteef begint te lijken: ik ben ook geen heilig bezeke. Ongetwijfeld heb ik zelf al een handjevol arme stakkers mateloos gefrustreerd en misschien hebben enkelen mij zelfs al de cholera toegewenst. Ik probeer het echt wel hoor; sorry zeggen. Maar verdekke, wat is dat toch moeilijk hé? Iemand je oprechte excuses aanbieden gaat hoe dan ook gepaard met een soort kwetsbaarheid en met het risico de laan te worden uitgestuurd. Hoe dan ook vind ik het zeker het proberen waard, al is het maar om met jezelf in het reine te komen.

Natuurlijk verwacht niemand dat je met iedereen die je ooit pijn hebt gedaan schoon schip gaat maken. Je hoeft je heus niet schuldig te voelen omdat je eens met iemands mislukte kapsel hebt zitten gniffelen. Bovendien is het vrijwel onmogelijk om over alles zomaar de spons te vegen. Sommige mensen hangen gewoon echt de foemp uit. In dat soort situaties probeer ik de neiging om asap de ultieme wraakactie op poten te zetten te onderdrukken en troost ik mezelf met de gedachte dat karma vroeg of laat haar werk wel zal doen. Ik weet niet of ik daar echt in geloof, maar ooit lachte ik een ietwat sullig klasgenootje uit omdat ze een gezwollen oog had en de volgende ochtend werd ik wakker met een drie-keer-zo-grote kastaar op mijn wezen. Geen grap.

Af en toe kunnen we jammer genoeg niet wachten op Miss Karma (ik stel me daar wel een vrouw bij voor, ja) en zijn we gewoon veel te pissed voor al die let-it-go-crap. Mijn vriendinnetje zag ooit op een feestje de jongen terug die op haar hartje had getrapt en ze plaste in zijn pint. Ja, dat is kinderachtig. Ja, dat is ranzig. Maar Oh My God, wat moet dat goed gevoeld hebben toen die etterbuil daarna zelfingenomen van zijn pilsje stond te nippen. Jah, we zijn natuurlijk ook maar mensen en iedereen sluit de zaken op een andere manier af. En soms, héél soms, is wraak gewoon té zoet om te laten liggen.

friENDship

friENDship

Met iemand aan het praten zijn en denken: “Eigenlijk vind ik jou helemaal niet meer zo leuk”. Of, nog minder aangenaam, merken dat jij bij een vriend of vriendin niet meer in die bovenste schuif ligt. Herkenbaar? Sowieso.

Hoe langer hoe meer merk ik dat mijn leeftijdsgenoten en ik onze vrienden zorgvuldig sorteren. Natuurlijk zijn er tientallen ex-klasgenootjes en kennissen met wie we nog eens zouden willen bijpraten, maar dat contact beperkt zich meestal tot die “We moeten nog eens afspreken”-dialoogjes waarbij beide partijen op het moment zelf al weten dat dat in geen honderd jaar gebeuren gaat. Uiteindelijk zijn het dus steeds dezelfde friends die we op regelmatige basis zien en voor wie we effectief moeite willen doen. Hoe ouder we worden en hoe meer verantwoordelijkheden onze kant op komen, hoe kleiner dat groepje wordt. Een normaal fenomeen en helemaal niet zo erg. Tenminste, zolang jij niet degene bent die aan de kant wordt geschoven.

Ik vind het ongelooflijk vreemd hoe vriendschappen soms gewoon in slaap sukkelen. Eerst ben je thick as thieves en kan je je niet voorstellen dat er ooit een moment komt waarop jullie niet langer onvoorwaardelijk stapelgek zijn op elkaar. Je gaat die vriend uiteraard nooit beu worden want dit.is.voor.altijd. En dan plots…boef. Gedaan. Opeens is het er gewoon niet meer. Terwijl je vroeger de uren zat af te tellen tot die bepaalde best friend je zou verblijden met zijn of haar gezelschap, voelt een uitje onder jullie beiden nu eerder als een vervelende opdracht, een soort van verplichting tegenover de vroegere, leukere versie van de vriendschap. En terwijl je tot over niet zo’n erg lange tijd niet kon stoppen met hem of haar de oren van het hoofd te kakelen en dan nog steeds honderd dingen te weinig gezegd had, zit je nu in alle hoeken van je brein te graven naar een anekdote die de pijnlijke stilte tussen jullie zou kunnen doorbreken. Een verklaring voor deze tragische ommezwaai is meestal niet eenvoudig te vinden. Is het die vriend die veranderd is? Ben jij het? Één ding is zeker: het werkt niet meer.

Wanneer een vriendschap die ooit zo enorm veel betekende op z’n einde loopt, is dat messy. Zoals talloze melige Instagram- en Pinterestquotes keer op keer verkondigen: “Niets doet meer pijn dan niet hetzelfde voor iemand betekenen als die persoon voor jou betekent.” Dat is natuurlijk het hele probleem; het gebeurt zelden dat beide vrienden op exact hetzelfde moment hun interesse in elkaar verliezen. De klap komt dus onvermijdelijk harder aan voor diegene die nog wél in de relatie wilde investeren.

Maar of je nu zelf met (of zonder) pijn in het hart de zaken beëindigd hebt of degene bent die met een gekwetst ego achterblijft: You’ll get over it. Zelf bevond ik me al meermaals aan beide kanten. Toen mijn beste vriend – en “stiekem” mijn allereerste en allergrootste crush – op een dag de benen nam en met de noorderzon verdween, kon ik dat maar moeilijk geloven. Ik kon nauwelijks leven met het idee dat ik vanaf die dag nooit meer zou weten hoe het met hem ging. Ondertussen is de motherfucker al ettelijke jaren verschwunden en heb ik het er – op enkele barstjes na – best goed vanaf gebracht. Daarna volgde dan die bff met wie ik vrijwel meteen een duo vormde dat even onafscheidelijk was als Elton John en mottige zonnebrillen. Nog nooit had ik me met iemand zó verbonden gevoeld en ik wist zeker dat dit mijn soulmate for life was. Enige tijd later stond ik op het perron te bidden dat hij niet dezelfde trein moest nemen als ik omdat ik de energie niet meer kon vinden om een volledige rit met hem door te brengen. Na enkele rake verwijten van beide kanten stierf de vriendschap een stille dood. Tragisch, maar ook dat ligt ondertussen achter me. Al kan ik nog steeds niet naar ‘Will & Grace’ kijken.

Moraal van het verhaal is dat we ons over zoiets niet schuldig hoeven te voelen. Het is normaal dat vrienden komen en gaan en dat sommige mensen ons gewoon niet meer boeien. Sure, de vriendschap kan in een dipje zitten en dat hoeft zeker niet het einde te betekenen, maar als de zestiende poging tot een gezellig samenzijn nog steeds even gezellig aanvoelt als een gynaecologisch onderzoek, zou er toch stilaan een belletje moeten gaan rinkelen. Of om het nog eens te zeggen met een sentimentele Instagramquote: “Het leven is te kort om dingen te doen waar je niet gelukkig van wordt.”

Om met een positieve noot af te ronden toch even een shout-out voor mijn friends die na nog steeds hun bangelijke zelf zijn en mij tot op heden ook nog niet ditchten. Dankzij jullie, lieve zonnestraaltjes, geloof ik nog steeds dat het soms wél voor.altijd.is.

Het wij-koppel (serieus, wees niet dat koppel)

Het wij-koppel (serieus, wees niet dat koppel)
(Elke gelijkenis met bestaande koppels berust op louter opzet)

Tijdens een nachtelijk gesprek waarin ik nog maar eens mijn frustraties op haar losliet, stelde mijn vriendin voor om er een stukje over te schrijven. Zo gezegd zo gedaan: een blogpost over een ergerlijk en oh zo fascinerend fenomeen. Het is verantwoordelijk voor ontelbare (vriendschaps)breuken en drama’s, en toch blijft het vrolijk slachtoffers maken: het clubje van de ‘wij-koppels’.

Ja, clubje. Want dit soort koppel beschikt over een lidkaart tot een elitefeestje waar de gewone mens niet naartoe mag. Toen ik vorig jaar triest was omdat ik mijn verjaardag uitgebreid had willen vieren en alle genodigden belachelijk vroeg naar huis waren om tijd met hun wederhelft te spenderen, meldde een verliefde vriendin droogjes dat ik “stilaan toch moest gaan beseffen dat mensen in een relatie verder gaan met hun leven en dat ik dat daar als niet-in-een-relatie-zijnde niet bij kon horen”. Ik kon wel huilen. Ik was toch niet degene die veranderd was? Is het zo ongelooflijk veel moeite om één avond op het jaar tijd te maken? Ondertussen is deze friend weer single en kan ze zich maar moeilijk voorstellen dat ze ooit zoiets gruwelijks heeft gezegd, maar dat is nu precies het gekke: hoe kan de verandering naar een relatie iemand zo verblinden?

Ik ben geen verbitterde hater van alle liefdesdingetjes. Ik spendeer graag tijd met koppels die hun ‘public display of affection’ tot het minimum beperken, ik ben blij wanneer mijn vrienden gelukkig zijn met hun lovers en ik heb absoluut geen bezwaren tegen Valentijn. Het moet echter van twee kanten komen. Waarom is het dan voor velen geen optie om een aangenaam koppel te zijn dat niemand stoort, maar moet die relatie zodanig tentoongespreid worden dat het zowat alle singletons instant mottig maakt?

Leden van wij-koppels zijn makkelijk te herkennen. (Voor degenen die zo niemand kennen: it’s probably you.) Eerst en vooral zijn het gegarandeerd zij die altijd beweerden dat ze nooit lid zouden worden van een wij-koppel. Hoewel kusfoto’s op sociale media vroeger hun nekharen overeind deden komen, doen ze er nu vrolijk aan mee, inclusief stroperig tekstje waar niemand (nee, echt niemand) boodschap aan heeft. Wachtwoorden die voorheen persoonlijk waren, worden vrolijk uitgewisseld onder de partners. Gewoon, omdat het kan. De vrienden die vroeger vol walging spraken over mensen die geen paar dagen zonder elkaar konden, vormen nu een onafscheidelijk geheel met hun hartendiefjes. Als goeie vriendin zit er dan weinig anders op dan het hele gebeuren te incasseren en te aanvaarden dat uitjes met die vrienden niet meer zullen zijn wat ze ooit waren. In de meeste gevallen gaat de +1 gewoon lekker mee. Waarom ook niet? Met heel wat geluk is de vriend of vriendin in kwestie wel zo correct om eerst te checken of de aanwezigheid van het lief gewenst is, maar eigenlijk weet iedereen dat “Ooh natuurlijk, super!” het enige aanvaardbare antwoord is. Resultaat is een etentje waarbij het koppel in elkaars ogen staart of elkaar begint op te peuzelen. Een halve minuut op de klok, een eeuwigheid voor de single friend die wanhopig naar overal probeert te kijken behalve naar daar en die uiteindelijk over de ganse avond het meeste interactie heeft gehad met een fles Chardonnay.

Dan is er nog dé standaardquote die door wij-koppels fier verkondigd wordt wanneer een buitenstaander hen op hun gedrag wijst. Het antwoord op alles en het sterkste argument om hun plotse metamorfose te verdedigen: “Wacht maar tot jij met iemand samen bent, dan doe je net hetzelfde. Hoho, dan gaan we wat zien.” Nog maar net die facebookstatus aangepast naar “in een relatie” en plotseling expert ter zake. Dé ideale persoon om die onwetende vrijgezelle vrienden te vertellen hoe het er bij ‘de grote mensen’ aan toegaat. Wel, dat denk ik niet. Aangezien ik zelf geen flauw idee heb hoe ik me zal gedragen wanneer ik een wilde weldoener vind die tijd met mij wil doorbrengen, heb ik aan dergelijke voorspellingen geen boodschap. Ik zeg wel dit: als ik effectief ooit zo iemand dreig te worden, help me dan. Desnoods met geweld.

Mijn omgeving leerde me ook al dat het voor die smartasses wel eens pijnlijk kan worden eens die romantische bubbel doorprikt is en het duo van weleer opnieuw twee individuen zijn die hun plekje bij hun verwaarloosde vrienden moeten terugverdienen. Ik stel dus voor dat we gewoon allemaal hopeloos en holderdebolder verliefd worden, maar dan zonder vanop dat roze wolkje dingen te roepen die anderen naar tissues en Cookie Dough doen grijpen.

(Natuurlijk zijn er ook toffe, oprecht schattige koppels die elkaars slokdarm onaangeroerd laten wanneer ze in gezelschap zijn. Bedankt daarvoor. You rock.)