In memoriam…omdat het kan?

In memoriam…omdat het kan?

***Beware of spoilers***
Voor wie deze week ‘Thuis’ en/of ‘Callboys’ nog niet gezien heeft en dat nog van plan is (en op één of andere magische wijze wist te ontsnappen aan andere spoilers): lees NIET verder!

Oké dus…eerder deze week stierf Yvette (aka Madame Toertjes) in ‘Thuis’. Ook ik als trouwe fan moest een traantje wegpinken, zoals me dat wel vaker overkomt tijdens het televisiekijken. Ik leef me namelijk nogal makkelijk in in het leven van fictieve personages. Toch was zelfs ik redelijk verbijsterd toen ik, enkele minuten na de aflevering, zag dat ‘één’ eigenhandig een officiële rouwpagina online had gezwierd. Voor alle duidelijkheid: de actrice die de rol van Yvette vertolkte, is nog steeds springlevend. Het gaat hier dus om een rouwregister voor een personage. Natuurlijk kon ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en ging ik eens piepen. Ik wou al snel dat ik dat niet had gedaan… De site stond vol met berichtjes à la “Ik wil graag mijn oprechte steun betuigen aan Frank, Simonneke en de rest van de familie. Ik kan het nog steeds niet geloven. Doe de groeten aan mijne Fons daarboven.” En ik denk dus niet dat die dat als grap bedoelen. Nu wil ik absoluut niet de spot drijven met het medeleven van die mensen, maar….tha fuck?

Met de dood van ons Yvetje nog vers in het geheugen, kreeg de liefhebber van de Vlaamse televisie donderdagavond opnieuw een enorme klap te verwerken: onze favoriete callboy, Jay Vleugels, is niet meer. Dit sterfgeval kwam een pak onverwachter, maar blijkbaar is er voor regisseur Jan Eelen niet meer nodig dan de combinatie van anderhalve meter haar (“ne steirt”, in vaktermen) en wat overgebleven moto-onderdelen, om iemand te mollen.  Persoonlijk vond ik de hele aflevering lachwekkend slecht, maar toegegeven, verrassend was het wel (tot het moment dat de broer verschijnt, dat was gewoon belachelijk voorspelbaar).

De dood van Jay heeft op mij niet meteen een diepe indruk nagelaten, maar blijkbaar is dat voor heel wat fans van de ‘Callboys’ anders. Want wat zie ik nu? Dat enkele kijkers vanavond een wake hebben georganiseerd, symbolisch op de ondertussen wereldberoemde Vlooybergtoren. Inderdaad: er komt een herdenkingsdienst voor een fictief personage uit een reeks die amper zeven afleveringen heeft gedraaid. Ze-ven afleveringen. Ik heb telefoongesprekken met ons bon die langer duren dan zeven afleveringen. En voor wie nu wil opmerken dat toch niemand zo zot is om daar effectief naartoe te gaan: op dit moment staan er een kleine 900 mensen op “aanwezig”. En ik dacht dat ik overdreven invested was in mijn series…

Ik weet eigenlijk niet goed of ik hier nu moet mee lachen, of net niet. Persoonlijk vind ik het redelijk creepy en stel ik me toch wel wat vragen bij de mentale toestand van de gemiddelde kijker. Ik wil nog graag geloven dat die wake niet veel meer is dan een gelegenheid voor fans om elkaar te ontmoeten, maar het is niet de eerste keer dat ik opmerk dat veel mensen écht niet lijken te begrijpen wat “fictie” betekent. Daarom vind ik het best zorgwekkend dat de zenders zelf daar ook zo schaamteloos op inspelen, door bijvoorbeeld het aanmaken van dat rouwregister. Er zijn toch wel grenzen, lijkt me?

Achja, misschien is het allemaal maar onschuldig en ligt het gewoon aan mij. Uiteindelijk doet iedereen natuurlijk wat ie wil. Daarom ook, aan al wie vanavond naar de herdenkingsdienst van Jay gaat: ’t amusement. En voorzichtig op de baan he!

Cheers,

G.

 

Advertenties

Hakuna Rattata – Waarom Pokémon Go wél een goed idee is

Voor wie de voorbije weken onder een steen heeft gezeten: Pokémon Go is uit en iedereen is hooked.  Ik ook, hoewel sommige vrienden dat ongelooflijk vinden. “Amai, ik dacht dat gij een post zou schrijven over waarom dat spel superonnozel is.” Wel, ik ben blij dat ik nog kan verbazen en ik kan dan ook weinig anders dan van de gelegenheid gebruik maken om neer te pennen waarom ik wél fan ben.

In alle eerlijkheid, ik dacht dat het hele Pokémongebeuren op sterven na dood was. Voor mij was dat iets uit de jaren negentig -toen ik dacht dat ik het meest slimme kind ever was omdat ik de “Wie is deze Pokémon?!” kon raden- en ik was me zelfs helemaal niet bewust van het feit dat dat de laatste jaren nog bestond. Nu kan niemand er nog omheen: Pikachu en zijn pals zijn terug van (nooit) weggeweest. En hoe. De app was in een mum van tijd populairder dan Twitter en Tinder. Of zoals een twitteraar het stelde: “Pokemon Go is already more popular than Tinder, another app where you swipe to find monsters in your area.” Clever.

Niemand kan ontkennen dat dit spelletje een briljante zet is, maar uiteraard zijn er weer heel wat zeurders die niet opgezet zijn met het hele gebeuren: het spel is gevaarlijk, “de jeugd” hangt alleen maar op z’n gsm, het is belachelijk, het moet verboden worden… Alright, calm your tits.  Als je ’t mij vraagt, bereikt deze online game waar weinig andere in slagen, namelijk de spelers naar buiten lokken én in real life laten praten met elkaar. Want ja, Pokémon Go speelt zich hoofdzakelijk op je gsm-schermpje af, maar ik merk dat mensen afspreken om samen op jacht te gaan en dat ze hun ervaringen delen met andere jagers die toevallig op dezelfde plek zijn. Ik vind het best cool, die zwerm van mensen die elkaar niet kennen, maar allemaal hetzelfde doel hebben en elkaar daar soms ook in helpen. Het klinkt misschien belachelijk, maar ik vind dat idee van “Oh kijk, die is ook aan het spelen” toch een gevoel van samenhorigheid creëren. Bovendien blijf je in beweging, want om een ei uit te broeden (don’t ask) wordt verwacht dat je enkele kilometertjes aflegt. Al was ik not amused toen, na tien kilometer stappen, de inhoud van mij ei geen zeldzaam beestje bleek, maar een ordinaire Wild Ratata waar ik er ondertussen 28 van heb.

Denk ik dan dat dit spel enkel tot goede dingen leidt? Ma nee gij. Ik ben ervan overtuigd dat hier nog ontelbare ongelukken van komen. Ik vind gewoon dat dat in geen enkel opzicht de schuld van die app is, maar enkel en alleen te wijten valt aan het feit dat sommige mensen niet in staat zijn ergens van te genieten zonder dat het de spuigaten uitloopt. Daarmee wil ik niemand met de vinger wijzen, want ook ik heb de neiging overal overdreven hard in op te gaan. Er zijn natuurlijk wel grenzen. Zo fronste ik toch even de wenkbrauwen bij dat filmpje aan Central Park waar mensen uit hun auto sprongen omdat er een zeldzame Pokémon was gespot, of vind ik het ook redelijk triest dat mensen voor zoiets hun job opgeven, of tijdens hun zoektocht in een moment van onoplettendheid in het kanaal sukkelen. Ik vraag me echter af: stel nu dat iemand een ongeval zou veroorzaken omdat ie te aandachtig de krant aan het lezen was, zouden er dan ook mensen staan brullen dat geschreven pers de oorzaak van alle onheil is? Er zullen altijd mensen zijn die overdrijven en daarmee zelfs hun veiligheid in gevaar brengen, dat is hun verantwoordelijkheid en niet die van welk toestel of spel dan ook. Soms heb ik de indruk dat een deel van de maatschappij alles wat vernieuwend is, of wat voornamelijk de jeugd leuk vindt, al op voorhand afkeurt.

Wat ik bijna het leukst vind aan Pokémon Go, is dat ik dankzij de verschillende Pokéstops (standjes met Poké Balls die vernoemd zijn naar een monument daar in de buurt, volg je nog?) al redelijk wat plekjes heb opgemerkt en nu bij naam ken, die ik voordien zonder nadenken passeerde. Met een beetje verbeelding kan dit spel dus zelfs als interactieve reisgids dienen. Hoezo “we kijken niet om ons heen”?

Hoewel deze activiteit in mijn ogen zeker een groepsgebeuren is, is het natuurlijk redelijk sneu voor het kneusje dat nietsvermoedend met de vrienden een terrasje gaat doen en als enige geen Pokémon Go speelt. Ik denk dat het wel belangrijk is om, wanneer niet iedereen in de squad even hard mee is, je enthousiasme binnen de perken te houden. Zelf probeer ik mezelf ook grenzen op te leggen. Zo heb ik een einddoel (waarvan ik nu al weet dat ik me er niet aan ga houden maar okay): ik stop met spelen wanneer ik Meowth heb gevangen. Pikachu interesseert me niet zo. Het zal menig lezer niet verbazen dat ik altijd al Team Rocket ben geweest.

The wonderful world of Tinder – swipesituaties die iedereen herkent

The wonderful world of Tinder – swipesituaties die iedereen herkent

Tinder (voor zij die nu al met de ogen draaien: hear me out here). Dé app voor iedereen die zich niet in een in-steen-gebeitelde-relatie bevindt. Op zoek gaan naar de liefde van je leven of een toffe hook-up was nog nooit zo eenvoudig. Het is makkelijk, het is hip, en vooral: het is gratis. Bovendien hoef je je voor een profiel op Tinder niet te schamen. Terwijl andere online datingsites nog steeds taboe zijn – niet geheel onterecht, wat voor arrogante dwaas moet je zijn om je aan te melden op ‘Elitedating: voor singles met niveau’? ­– is dit platform perfect aanvaard. Ideaal dus. Of toch niet?

Het hele zaakje blijft natuurlijk enorm oppervlakkig. Op basis van enkele foto’s en eventueel een witty tekstje, bepalen anderen jouw lot. Uiteraard heb je een zeer duidelijk beeld van hoe die ultieme match eruit moet zien en wie daar niet aan voldoet wordt dan ook zonder medelijden naar links gestuurd (de nee-kant, voor onervarenen). Zo werkt het nu eenmaal, maar dat is toch absoluut niet vergelijkbaar met de werkelijkheid? Veel van je vrienden zou je op Tinder naar links swipen wegens “niet mijn type mens”, terwijl dat dus in real life wél zo is. En er zijn toch altijd onfortuinlijke sweethearts die écht niet fotogeniek zijn? Op zich is dat allemaal niet zo erg, want Tinder werkt volgens het principe dat je enkel kan zien dat iemand jou liket, als je dat zelf ook doet. Ook dan pas kan er een gesprekje gestart worden. Zo kan je in alle rust iedereen beoordelen en word je niet aangesproken door iemand van wie jij denkt: “Hell naw”. Schaamteloos deelnemen aan de vleeskeuring. That’s the beauty of it.

Op aandringen van een vriendinnetje dat nogal euhm… actief was in de datingwereld, maakte ik ooit ook een profiel aan. To see what all the fuss was about. En of je nu fan bent of niet, het blijft een niet te missen ervaring. Enkele ongetwijfeld herkenbare Tindersituaties:

–          Je moet ongeveer 300 keer naar links swipen alvorens je iemand tegenkomt die naar rechts mag. Ondertussen begin je je ganse leven in vraag te stellen: is het nu echt zo ver moeten komen? Maar goed, we geven het een kans.

–          Één van de redenen waarom je Tindert, is de nood aan bevestiging. Weten dat je nog goed in de markt ligt. Maar let’s be real here: zelfs de mottigste trochel kan op Tinder erkenning krijgen, mits de juiste lichtinval. Het is dan ook niet bepaald strelend voor je ego wanneer iemand die jij echt nog wel oké vindt, niet terugliket.

–          Je komt op een foto met twee mensen terecht en denkt “Damn, die rechtse mag er best wezen, hopelijk is dat ook de eigenaar van dit profiel”. Maak je geen illusies: het is de linkse.

–          Jij en een onbekende Tindergebruiker hebben 43 gemeenschappelijke vrienden op Facebook en ze zijn totaal niet logisch: klasgenootjes van de Uni, kennissen uit Italië, collega’s, vrienden aan de andere kant van de wereld… Hoe zelfs?

–          Je bent al enkele minuten aan het swipen en bent al lang niet meer bij de les. Op automatische piloot maakt je duim aan recordtempo dezelfde beweging: links, links, links, links, lin….FUCK. Ja, ’t is gebeurd. Je hebt die ene perfecte dude en daarmee je enige kans op een lang en gelukkig leven weggeveegd. Als een gek google je hoe je op Tinder de tijd kan terugdraaien, maar neen. The damage has been done.

–          Akkoord, het is redelijk moeilijk om jezelf in enkele zinnen voor te stellen en dan kies je best voor een leuke quote of aanstekelijke oneliner, maar er zijn grenzen. “Waking up is the second hardest thing in the morning”? Okaaaaaaaay. Moving on.

–          Je komt een goede vriend tegen en weet niet wat te doen. Je vindt het wel grappig en bent geneigd om te liken voor de leut, maar misschien is de regel juist dat je moet doen alsof het nooit gebeurd is? Is hier een code voor?

–          Je hoopt van harte dat Tinder niet echt representatief is voor de mannelijke populatie. Badkamerselfies in bloot bovenlijf, kerels met wenkbrauwpiercing, overdreven gladde palingen en afgeborstelde modellen? Ugh.

–          Je stoot op een aardig uitziende jongeman. Leuke foto’s, tof tekstje, alleen… die naam. Ik kan ons bon echt niet vertellen dat ik date met iemand die Jean-Baptiste heet. Of Kenny. To the left, to the left.

–          Je bent het allemaal redelijk zat aan het worden omdat echt niemand hier je ook maar een beetje kan bekoren… tot dan opeens je voormalige crush voorbij komt. Oh holy fuck. Je gsm voelt plots aan als een handgranaat (wat doe ik hier in godsnaam mee) en je voelt je ongelooflijk bekeken. Dit is niet meer zo leutig. Want terwijl je jezelf al die tijd had ingepraat dat “hij er misschien gewoon nog niet aan toe was”, blijkt nu dat hij wél een gezonde interesse heeft in het andere geslacht, gewoon niet in jou. Autch.

–          Het wonder is geschied. Je hebt een match. Helaas, na twee minuten in het gesprek loopt het alweer mis. Alles voelt gewoon zo geforceerd. Get me outta here.

 

Iedere keer opnieuw moet ik vaststellen dat ik er gewoon niet voor gemaakt ben, voor dat hele daten. Ik walg van smooth talk, hou het meteen voor bekeken bij die doorzichtige praatjes, heb geen greintje gevoel voor flirten in mijn lijf, ben meteen geshockeerd en let’s face it: ik ga mijn true love heus niet tegenkomen op Tinder. Dat gezegd zijnde kan het natuurlijk geen kwaad om af en toe een beetje te swipen en wat rond te kijken. Neem het wel allemaal niet te serieus: je hebt kijken en je hebt kijken kijken.

pathetic.jpg

De strijd om de blauwe duimpjes: geven social media ons echt de bevestiging die we zoeken?

Perfecte lichtinval. Flatterende filter. Eyeliner on point. Ja hoor, deze foto wordt een hit op Instagram. Voor de zekerheid voorzien we hem nog van een hashtag of zestien – ieder woord dat ook maar in de verste verte gelinkt kan worden aan dit kiekje, wordt erbij gelapt. Dit wordt hem eindelijk: de post die ons eeuwige social mediaglorie zal opleveren. Fame, here we come… of ook niet. Groot is de teleurstelling wanneer de hartjes en follows na 48 uur nog steeds op één hand te tellen zijn. Terwijl andere Instagrammers na 40 minuten zowaar 534 likes hebben verzameld op een foto van wat zorgvuldig geschikte granen en blauwe bessen, lukt het hier amper om aan 11 liefhebbers te raken zodat die verdomde namen vervangen worden door een cijfertje (want ja, dat is belangrijk). The struggle is real.

Op naar Facebook dan. Hier geldt voornamelijk de regel: de grootste rotzooi is het populairst. Een doordachte post waar we fier op zijn, waar we van denken: “yes, dit is fire”? Vergeet het maar. Wat wél in de smaak valt, zijn dingen die we er zonder enig nadenken op hebben gezwierd. Een Starbucksbeker met fout geschreven naam, om maar iets te noemen. We zouden voor minder gefrustreerd worden. Maar waarom hechten we zo immens veel belang aan die duimpjes?

In dit tijdperk waar “defrienden” zowat het ergste is wat iemand ons kan aandoen, draait het allemaal om bevestiging. Die likes en comments boosten ons ego. Ze tonen aan hoe boeiend ons leven is, hoe knap we eruitzien of hoe geliefd onze witty status updates zijn. ’t Is te zeggen; hoe boeiend het leven van ons online alter-ego is. Want laat ons wel wezen: wat we prijsgeven op het internet, is verre van het volledige pakketje. De social mediaversie van onszelf is aanwezig op fancy events, ademt cultuur, is constant op trot met de squad en bestelt de meest sexy gerechtjes op restaurant. Dat we de overige avonden doorbrengen met de personages uit ‘Thuis’, dat we dat ene feestje hebben afgezegd omdat we écht geen zin hadden om ons haar te wassen en dat we ons voor de derde keer deze week hebben volgestoken met meeneemchinees… dat is minder van belang. Die duistere kant mag alleen geweten zijn door de échte amigos, de vertrouwenspersonen… de vrienden op Snapchat.

Met mijn 220 Facebookvrienden hou ik het nog relatief rustig. Ik heb het altijd vreemd gevonden hoe mensen “bevriend” zijn met iemand die ze overduidelijk niet moeten of van haar noch pluim kennen. Ik zou met iedereen met wie ik op Facebook vriendjes ben een praatje maken, moest ik ze tegen het lijf lopen. Of er op z’n minst een vriendelijk knikje tegenaan gooien. Klinkt logisch, maar dat is het niet voor iedere gebruiker. Ik kan de keren dat ik werd aangesproken over het feit dat ik een vriendschapsverzoek geweigerd had niet meer tellen. Ik dacht dat die term “verzoek” betekende dat ik zelf nog enigszins inspraak had in wie ik accepteerde en wie niet. My bad. En onlangs kreeg ik te horen dat ik twee kennissen nogal had geschoffeerd door hen te ontvolgen op Instagram. Ten eerste was er verbazingwekkend weinig tijd tussen mijn handeling en hun akelige ontdekking (eentje bleek een app te hebben die meteen meldt wanneer iemand ontvolgt… redelijk lame vind ik dat), ten tweede was ik me er totaal niet van bewust dat een beperkter en voor mij interessanter nieuwsoverzichtje willen, niet zonder gevolgen is. Sorrynotsorry.

Zelf probeer ik me steeds minder druk te maken om wat er op mijn schermpje gebeurt. Toegegeven, dat is niet evident. Enkele vrienden pleegden al “zelfmoord” op sociale media. Ze verwijderden dus hun accounts omdat ze vonden dat ze het hele wereldje niet zo goed meer konden relativeren. Dat is best moedig, want hoewel je dan wel ontsnapt aan heel wat schrijnende taferelen (de commentsectie op HLN, anyone?),  ben je ook een zeer belangrijk communicatiemiddel kwijt.

Sociale media geven ons het gevoel dat de wereld binnen handbereik ligt. We kunnen met iedereen moeiteloos in contact blijven en we zijn van alles op de hoogte. Anderzijds vergeten we daardoor vaak optimaal te genieten van het hier en nu. Iedereen kent ze wel: de concertgangers die het halve concert besteden aan het positioneren van hun iPhone en de andere helft aan het uploaden van het net genomen filmpje. Ik gruwel ervan, maar helaas ben ik geen haar beter. Toen ik afgelopen zomer op vakantie ging naar New York, betrapte ik mezelf erop dat ik soms eerder bezig was met het thuisfront op de hoogte te houden door middel van hippe posts, dan dat ik effectief genoot van de stad. Eigenlijk vind ik het best jammer dat ik zulke dingen niet 20 jaar geleden kon doen. Af en toe een telefoontje om moe en va te vertellen dat je nog niet gekidnapt bent, en klaar. Vandaag kan je aan het andere eind van de wereld zitten en toch iedere avond bij elkaar in de huiskamer zijn. Cosy, maar zo verdwijnt een groot deel van de charme die “er tussenuit gaan” met zich meebrengt. Ook tijdens mijn jaar abroad ben ik op die manier veel te hard bezig geweest met wat er thuis allemaal gebeurde, hoewel dat net was wat ik mezelf opgelegd had niet te doen. Sure, het was best handig dat ik niet te veel moest missen, maar dat ik op oudjaar in Berlijn liever binnen bleef om te Skypen, dat kan niet de bedoeling zijn geweest.

Be that as it may, ik ben nog steeds eerder pro dan contra. Zo heb ik enkele vrienden met wie ik nooit zo close zou zijn geworden zonder al die nachtelijke chatgesprekjes. En wie zou nu nog zonder Tumblr, Vine en 9GAG kunnen? Zolang we het allemaal niet te serieus nemen en er positief mee omgaan, is het best oké. Tenslotte is het wat er in real life gebeurt dat echt van belang is. Zonder flatterende filter.

 

Al zijn een paar likes mooi meegenomen, natuurlijk.