Zo van die zomerdagen

De zomer: het seizoen waar we allemaal maandenlang naar hunkeren… tot het er dan uiteindelijk is. Begrijp me niet verkeerd, natuurlijk zijn die maanden vakantie (voor de studenten en leerkrachten onder ons dan), die reisjes en die warme zonnestraaltjes aangenaam, maar over het algemeen vind ik de zomer één van die dingen waarbij het bijna leuker is om erover te praten, dan het effectief mee te maken. Here’s why:

 

  • Hoewel ons landje niet belachelijk veel dagen telt waarop het écht bakken is, zijn er toch momenten dat we gezegend worden met warme temperaturen.  Nu, wanneer zo’n dag aanbreekt, maak ik mezelf klaar om Hollywoodsgewijs door de straten te slenteren. Zonnebril, hoed, flesje water… the works. Helaas verdwijnt die trendy vibe op het exacte moment dat ik een eerste stap buiten zet en mijn lichaamsvocht zich spontaan een weg naar buiten baant. Mijn zorgvuldig aangebrachte healthy glow wordt een glimmende, druipende smurrie en mijn gestylede haren hangen al gauw levenloos langs mijn plakkerige gezicht. Bovendien weet ik niet hoe het zit bij de Kendall Jenners van deze wereld, maar voor heel veel meisjes betekent de zomer vooral één ding: schurende billen. Voor wie in het bezit is van een thigh gap en dus niet weet waar ik het over heb (fuck you, btw): vanaf een bepaalde temperatuur (of gewoon altijd) is het voor vele meisjes ondenkbaar om een kleedje of rok te dragen zonder pijpjes onder. Na enkele minuten stappen ontstaat er door het tegen elkaar wrijven van de bovenbenen een gevoel dat vooral vergeleken kan worden met iemand die down there een vuurtje sticht. Niet zo bevorderlijk voor de vakantiestemming. De voorbije dagen deed ik research naar oplossingen voor deze narigheid en kwam ik uit op talkpoeder. Ik ben een grote voorstander van dit product (enorm goed alternatief voor droogshampoo), maar ik voel er weinig voor om eruit te zien als Ross uit Friends (obviously) met zijn lederenbroekenfiasco. Dus nee, toch maar niet.

 

  • Als ik van één ding aantrek heb, dan is het wel van muggen. Op sleepovers gebeurt het vaak dat de persoon naast mij zo goed als naakt muggenvrij ligt te pitten terwijl ik mezelf volledig in mijn donsdeken rol en nog stééds word aangevallen. Ik heb me laten vertellen dat mijn bloedgroep voor die monsters een ware delicatesse is. Great. Wespen zijn ook zo’n pretje.  Jarenlang lachte ik met vriendinnen die volledig krankzinnig werden wanneer er een wesp in de buurt was, tot ik onlangs zelf werd gestoken. Ik kan je zeggen: it hurts like a bitch.

 

  • Één van de allerleukste dingen in afwachting van de zomer is ongetwijfeld het plannen van uitjes met vrienden. Maar weet je wat écht leuk zou zijn? Als die uitjes ook effectief plaats zouden vinden. Als puntje bij paaltje komt, is de helft van de squad op vakantie en de andere helft aan het werken, of steekt tweede zit stokken in de wielen. Deze zomer ging ik de belichaming van de belachelijke caption “Toerist in eigen land” worden (gebruik dat alsjeblief niet meer, ’t is echt vreselijk). Ik ging chillen in Gent, in Brugge, aan de zee…. Tot op heden beperken mijn Vlaamse travels zich tot ehm… het MAS. Omdat daar veel Pokémon Go Pokéstops zijn. En ja, het MAS is aan het einde van mijn straat. No judgement please.

 

  • Omdat de combinatie van bovenstaande flaws nog niet tragisch genoeg was, ben ik ook één van de gelukkigen die zichzelf een hooikoortspatiënt mag noemen. Laat je niet misleiden door mijn loopneus, opgezwollen keel en de luchtbellen op mijn oogballen… het is allemaal nog veel erger dan dat. Sommigen slagen erin om hooikoorts er te doen uitzien als een klein, lastig kwaaltje. Zo is er een interview waarin mede-patiënt -we are so meant to be- Harry Styles de hele tijd schattig zit te snuffelen. Cute, maar voor de niet-halfgoden onder ons is het minder sexy. Ooit hoorde ik iemand (zonder ervaring met de hele zaak) zeggen dat hooikoorts “is zoals een verkoudheid”. Ja zenne, als een verkoudheid betekent dat ik 24/7 al mijn zelfbeheersing moet bundelen om geen vork in mijn oog te planten.

 

  • “Deze zomer wordt helemaal van jou, schorpioen. De komende weken worden ZO romantisch! In augustus komt er een onbekende hottie in je leven. Dat geeft vuurwerk!” Min of meer mijn zomerhoroscoop sinds 2005. Ik begrijp dat de redactie de lezers een goed gevoel wil geven en daarom een beetje uit z’n nek zit te kletsen om die rubriek te vullen, maar honestly, guys, de meest passionele actie die ik tijdens de zomervakantie ervaar, is wanneer de barman me achterna komt gelopen omdat ik niet genoeg fooi heb gegeven.

 

  • Het kan misschien ook zijn dat die veelbelovende voorspellingen niet uitkomen omdat we de boel zelf verpesten. Zon, sfeer en alcohol staan vaak gelijk aan verkeerde en niet-zo-classy beslissingen. Voor mij op kop: drunk texten. Een paar zomers geleden was ik op een festival redelijk in de wind en vond ik er niet beter op dan mijn crush -die, in mijn verdediging, enorm de fooraap aan het uithangen was- te overladen met tientallen kwade en vooral zatte sms’jes. De rest van het festival deed hij vreemd genoeg geen enkele moeite meer om mij te zien. Rude.

 

  • Iedereen die mij een beetje kent of al ooit met mij heeft gesproken, is op de hoogte van mijn grootste fobie en tegelijk ook het meest misselijkmakende aspect van de zomer: blote voeten. Ik kan niet beschrijven hoe vreselijk ik het vind wanneer het zonnetje tevoorschijn komt piepen en iedereen en masse in slippers en sandalen verschijnt. Toegegeven, ik ben sowieso al niet honderd procent comfortabel en flex met blote lichaamsdelen en het heeft voor mij ook iedere zomer heel wat voeten in de aarde (ieuw) vooraleer ik mijn “onthullende” kledij durf bovenhalen, maar voeten slaan toch wel alles. Waarom denkt iedereen dat het oké is om zoiets gruwelijks zomaar tentoon te spreiden? Ik wil best begrijpen dat niet iedereen zo gedegouteerd is van een voet als ik, maar zijn er echt mensen die dat mooi, of zelfs maar matig vinden? Grappig genoeg zijn het ook altijd zij met de lelijkste exemplaren die tijdens de zomer met hun sandalen vergroeid zijn. Ik heb een vriendin wiens “dingetjes” -ik kan het woord voor die vijf uitstekels niet eens neerpennen, zo goor vind ik het- quasi even lang zijn als mijn pink. Serieus. Maar eigenlijk heb ik het in het bijzonder op mannen. Sorry, maar een mannenvoet, daar is altijd iets mis mee. Iedereen kent ze wel; de jongens die vinden dat de klerencombinatie “geruite short op geruit hemd” nog niet genoeg als anticonceptie fungeert en ook nog eens met fucking Birkenstocks moeten paraderen. Vandaag nog zag ik een niet-onknappe jongeman. Ik bekeek hem even schaamteloos van boven tot onder: man bun (oh yasssss), baard (dingdingding), tattoos (zou het te vroeg zijn om een thema voor de bruiloft te kiezen?) en….slippers. Mmmmmjah, daar hield het dus op.

 

Zo! Na een kleine eeuwigheid nog eens een blogpost. Dankjewel aan iedereen die de voorbije weken zei dat ie het jammer vond dat er al zo lang niets meer gepost was. Superlief. Happy summer everyone! Maar mét laarzen aan alsjeblief.

 

whenever-i-take-hot-showers-in-the-summer-11203

Advertenties

Bite me.

Volgens mijn bomma kijken mensen altijd eerst naar de handen. “Dat zegt zo veel over iemands persoonlijkheid.” Ik hoop dat ze overdrijft. Dat zou namelijk betekenen dat ik de persoonlijkheid heb van een chaotische neuroot met een lichte neiging tot autokannibalisme. Ik ben een nagelbijter, al gaat het me vooral om de “vellekes” die na de afwas of een uitgebreid bad zo uitnodigend los komen te zitten. Hemels.

Omdat ik weet dat dat niet zo proper is en omdat ik eigenlijk ook wel graag bewonderenswaardige handjes wil die het daglicht mogen zien, probeer ik enkele keren per jaar mijn leven te beteren en te stoppen met bijten. Nu dus ook. Momenteel zit ik nog steeds in de “stompjesfase”. Wel was ik zelfzeker genoeg om me al een gamma aan kleurtjes aan te schaffen. Laat ons dus hopen dat ik mezelf in bedwang kan houden.

Helaas komt bij deze hele onderneming nog een andere uitdaging de kop opsteken; ik ben absoluut geen voorstander van “de gulden middenweg” en ik lijk er dan ook mijn levensmissie van te maken alles in extremen uit te voeren. Zo ook mijn nagelsituatie. Één keer liet ons bon me uit pure wanhoop gelnagels zetten. Zo van dat glasharde spul dat er onmogelijk zelf af te halen valt. Dacht zij, haha. Na amper 24 uur had ik het er volledig mee gehad en beet ik de ganse zooi er als een uitgehongerd dier weer af. Geen mooi zicht en wellicht ook niet heel gezond, maar ik liet me door een beetje manicure niet tegenhouden.

Enkele jaren geleden bevond ik mezelf bijkbaar eens in een periode waarin ik de zaakjes voor elkaar had en ik écht een mooi stel handen had. Ik voelde me zo fier. Zo in control. Tot mijn vrienden, die voordien steeds met een blik vol walging op mijn handen hadden geslagen wanneer ik “het weer eens deed”, me niet zo subtiel meldden dat ik op Edward Scissorhands begon te lijken. And not in a good way. Dat soort opmerkingen, in combinatie met wat (ongetwijfeld to-taal overbodig) drama en te veel tijd voor de televisie, zorgden ervoor dat ik brak en we terug bij af waren. Bedankt daarvoor, friends.

Ik heb ook ontdekt dat er wel degelijk een verband is tussen mijn stresslevel en het lot van mijn nagels. Helaas, volgens mijn huidige stresslevel heb ik binnenkort geen handen meer. Gelieve mij dus, voor het welzijn van mijn pollekes en zodat ons bomma eindelijk eens fier zou kunnen zijn op mij, niet meer zo veel stress te bezorgen. Ja, jij daar.

Het is een nacht

Hallo. Ik ben Gladys… en ik ben een nachtmens. Daarmee bedoel ik niet dat ik na het kijken van een laatavondfilm en het lezen van enkele bladzijden uit een stationsromannetje om iets na middernacht moe maar voldaan mijn bedje opzoek. Ik ben een nachtmens in de ergste betekenis van het woord.

Idealiter zou ik gaan slapen wanneer het licht wordt en opstaan om half vijf ’s middags. Houdt dat dan in dat ik tot in de vroege uurtjes sta los te gaan op de laatste nieuwe deuntjes en me tegoed doe aan zoete maar veel te dure drankjes? Haha, nee joh. Helemaal niet. Ik kan me de laatste keer dat ik een discotheek langs de binnenkant zag niet meer herinneren. Ik doe gewoon alles wat de meeste mensen overdag doen, maar dan ’s nachts; afwassen, studeren (af en toe toch), eten, televisie kijken… De pientere lezer onder u heeft al lang opgemerkt dat het toch een heel pak praktischer -en voor de maatschappij aanvaardbaarder- zou zijn om dat alles gewoon overdag te doen. Zo is dat, maar voor mensen zoals ik, is de nacht een soort verslaving.

Zoals bij iedere ernstige verslaving, lieg ik er ook wel eens over. Zo zet ik bijvoorbeeld een wekker rond elf uur ’s ochtends om alle berichten die ik die dag al heb ontvangen te beantwoorden en zo de indruk te wekken dat ik natuurlijk al wakker ben. Vrienden die dan opmerken dat ik amper drie uur eerder nog actief was op Facebook (wie houdt zoiets zelfs in de gaten, jeez) en zich luidop zorgen maken, hoeven echt geen moeite te doen. Ik heb allesbehalve last van te weinig slaap. Na dat kwartier sociaal contact, ga ik gewoon nog een uurtje of zes naar dromenland.

Er zijn natuurlijk wel wat nadelen aan zo’n leven on the dark side (letterlijk, hehe). Het hoeft niet gezegd dat deze manier van leven niet altijd strookt met die van de rest van de samenleving. Godzijdank heb ik een vriendin met hetzelfde slaapritme (of eerder het gebrek eraan). Wendy en ik delen dezelfde frustraties: nog snel voor sluitingstijd naar de supermarkt moeten hollen, in de winter belachelijk weinig daglicht zien, van de late-night snack recht in het diner tuimelen (een ontbijt, wat is dat?) en op voorhand weten dat we zó moe gaan zijn tijdens dat uitje met familieleden of vrienden die absoluut overdag willen afspreken. Gelukkig voor mij is Wendy doorheen dat alles mijn rots in de branding, en gelukkig voor Wendy heeft zij een liefje dat daar allemaal geen moer om geeft. Eens om de zoveel tijd zijn ze op hetzelfde moment wakker en treffen ze elkaar ergens in huis. Dan vraagt hij zich al lachend af wanneer hij haar een volgende keer zal zien. Heerlijk vind ik dat. Kwestie van niet tot vervelens toe op elkaars kop te hoeven staren.

Heel af en toe, op reis bijvoorbeeld, transformeer ik voor enkele dagen tot overijverige gids die uitgeslapen aan de ontbijttafel plaatsneemt en vervolgens iedere minuut van de dag benut alsof haar leven ervan afhangt. Dan verbaast het me iedere keer weer hoeveel een mens kan doen nog voor de dag halverwege is en hoeveel gelukkiger ochtendmensen moeten zijn, want wauw, de morgenstond heeft écht goud in den mond! Eenmaal weer in mijn dagelijkse leventje blijft van dat voornemen nog bitter weinig over en verval ik weer in ‘vleermuismodus’.

Ik ben dus een nachtmens, en hoewel dat voor het gros van de samenleving betekent dat ik de zaken duidelijk niet onder controle heb, bekijk ik het graag langs de positieve kant. Ik troost mezelf met het feit dat Herman Brusselmans het ook doet (al is dat misschien niet de beste maatstaf voor sociaal aanvaardbaar gedrag). Bovendien ken ik maar weinig mensen die de meest onvergetelijke momenten hebben beleefd toen ze om half negen achter hun kommetje Kellog’s zaten. Voor mij is het wanneer ik om zeven uur ’s ochtends nog steeds bij Wendy op de zetel hang terwijl ik acht uur eerder “stilaan ging vertrekken” dat ik mezelf gelukkig prijs. Wendy en ik zijn ons heus wel bewust van het feit dat, tenzij we ons plan om zakenpartners te worden verwezenlijken en dus alle werkgerelateerde regels aan onze laars kunnen lappen, we deze levensstijl niet eeuwig zullen volhouden. Voorlopig zijn we echter student en dus volledig vrij om onze tijd op de slechtst denkbare manier in te delen.

Dit gezegd zijnde, ga ik toch nog even pitten.