Zo van die zomerdagen

De zomer: het seizoen waar we allemaal maandenlang naar hunkeren… tot het er dan uiteindelijk is. Begrijp me niet verkeerd, natuurlijk zijn die maanden vakantie (voor de studenten en leerkrachten onder ons dan), die reisjes en die warme zonnestraaltjes aangenaam, maar over het algemeen vind ik de zomer één van die dingen waarbij het bijna leuker is om erover te praten, dan het effectief mee te maken. Here’s why:

 

  • Hoewel ons landje niet belachelijk veel dagen telt waarop het écht bakken is, zijn er toch momenten dat we gezegend worden met warme temperaturen.  Nu, wanneer zo’n dag aanbreekt, maak ik mezelf klaar om Hollywoodsgewijs door de straten te slenteren. Zonnebril, hoed, flesje water… the works. Helaas verdwijnt die trendy vibe op het exacte moment dat ik een eerste stap buiten zet en mijn lichaamsvocht zich spontaan een weg naar buiten baant. Mijn zorgvuldig aangebrachte healthy glow wordt een glimmende, druipende smurrie en mijn gestylede haren hangen al gauw levenloos langs mijn plakkerige gezicht. Bovendien weet ik niet hoe het zit bij de Kendall Jenners van deze wereld, maar voor heel veel meisjes betekent de zomer vooral één ding: schurende billen. Voor wie in het bezit is van een thigh gap en dus niet weet waar ik het over heb (fuck you, btw): vanaf een bepaalde temperatuur (of gewoon altijd) is het voor vele meisjes ondenkbaar om een kleedje of rok te dragen zonder pijpjes onder. Na enkele minuten stappen ontstaat er door het tegen elkaar wrijven van de bovenbenen een gevoel dat vooral vergeleken kan worden met iemand die down there een vuurtje sticht. Niet zo bevorderlijk voor de vakantiestemming. De voorbije dagen deed ik research naar oplossingen voor deze narigheid en kwam ik uit op talkpoeder. Ik ben een grote voorstander van dit product (enorm goed alternatief voor droogshampoo), maar ik voel er weinig voor om eruit te zien als Ross uit Friends (obviously) met zijn lederenbroekenfiasco. Dus nee, toch maar niet.

 

  • Als ik van één ding aantrek heb, dan is het wel van muggen. Op sleepovers gebeurt het vaak dat de persoon naast mij zo goed als naakt muggenvrij ligt te pitten terwijl ik mezelf volledig in mijn donsdeken rol en nog stééds word aangevallen. Ik heb me laten vertellen dat mijn bloedgroep voor die monsters een ware delicatesse is. Great. Wespen zijn ook zo’n pretje.  Jarenlang lachte ik met vriendinnen die volledig krankzinnig werden wanneer er een wesp in de buurt was, tot ik onlangs zelf werd gestoken. Ik kan je zeggen: it hurts like a bitch.

 

  • Één van de allerleukste dingen in afwachting van de zomer is ongetwijfeld het plannen van uitjes met vrienden. Maar weet je wat écht leuk zou zijn? Als die uitjes ook effectief plaats zouden vinden. Als puntje bij paaltje komt, is de helft van de squad op vakantie en de andere helft aan het werken, of steekt tweede zit stokken in de wielen. Deze zomer ging ik de belichaming van de belachelijke caption “Toerist in eigen land” worden (gebruik dat alsjeblief niet meer, ’t is echt vreselijk). Ik ging chillen in Gent, in Brugge, aan de zee…. Tot op heden beperken mijn Vlaamse travels zich tot ehm… het MAS. Omdat daar veel Pokémon Go Pokéstops zijn. En ja, het MAS is aan het einde van mijn straat. No judgement please.

 

  • Omdat de combinatie van bovenstaande flaws nog niet tragisch genoeg was, ben ik ook één van de gelukkigen die zichzelf een hooikoortspatiënt mag noemen. Laat je niet misleiden door mijn loopneus, opgezwollen keel en de luchtbellen op mijn oogballen… het is allemaal nog veel erger dan dat. Sommigen slagen erin om hooikoorts er te doen uitzien als een klein, lastig kwaaltje. Zo is er een interview waarin mede-patiënt -we are so meant to be- Harry Styles de hele tijd schattig zit te snuffelen. Cute, maar voor de niet-halfgoden onder ons is het minder sexy. Ooit hoorde ik iemand (zonder ervaring met de hele zaak) zeggen dat hooikoorts “is zoals een verkoudheid”. Ja zenne, als een verkoudheid betekent dat ik 24/7 al mijn zelfbeheersing moet bundelen om geen vork in mijn oog te planten.

 

  • “Deze zomer wordt helemaal van jou, schorpioen. De komende weken worden ZO romantisch! In augustus komt er een onbekende hottie in je leven. Dat geeft vuurwerk!” Min of meer mijn zomerhoroscoop sinds 2005. Ik begrijp dat de redactie de lezers een goed gevoel wil geven en daarom een beetje uit z’n nek zit te kletsen om die rubriek te vullen, maar honestly, guys, de meest passionele actie die ik tijdens de zomervakantie ervaar, is wanneer de barman me achterna komt gelopen omdat ik niet genoeg fooi heb gegeven.

 

  • Het kan misschien ook zijn dat die veelbelovende voorspellingen niet uitkomen omdat we de boel zelf verpesten. Zon, sfeer en alcohol staan vaak gelijk aan verkeerde en niet-zo-classy beslissingen. Voor mij op kop: drunk texten. Een paar zomers geleden was ik op een festival redelijk in de wind en vond ik er niet beter op dan mijn crush -die, in mijn verdediging, enorm de fooraap aan het uithangen was- te overladen met tientallen kwade en vooral zatte sms’jes. De rest van het festival deed hij vreemd genoeg geen enkele moeite meer om mij te zien. Rude.

 

  • Iedereen die mij een beetje kent of al ooit met mij heeft gesproken, is op de hoogte van mijn grootste fobie en tegelijk ook het meest misselijkmakende aspect van de zomer: blote voeten. Ik kan niet beschrijven hoe vreselijk ik het vind wanneer het zonnetje tevoorschijn komt piepen en iedereen en masse in slippers en sandalen verschijnt. Toegegeven, ik ben sowieso al niet honderd procent comfortabel en flex met blote lichaamsdelen en het heeft voor mij ook iedere zomer heel wat voeten in de aarde (ieuw) vooraleer ik mijn “onthullende” kledij durf bovenhalen, maar voeten slaan toch wel alles. Waarom denkt iedereen dat het oké is om zoiets gruwelijks zomaar tentoon te spreiden? Ik wil best begrijpen dat niet iedereen zo gedegouteerd is van een voet als ik, maar zijn er echt mensen die dat mooi, of zelfs maar matig vinden? Grappig genoeg zijn het ook altijd zij met de lelijkste exemplaren die tijdens de zomer met hun sandalen vergroeid zijn. Ik heb een vriendin wiens “dingetjes” -ik kan het woord voor die vijf uitstekels niet eens neerpennen, zo goor vind ik het- quasi even lang zijn als mijn pink. Serieus. Maar eigenlijk heb ik het in het bijzonder op mannen. Sorry, maar een mannenvoet, daar is altijd iets mis mee. Iedereen kent ze wel; de jongens die vinden dat de klerencombinatie “geruite short op geruit hemd” nog niet genoeg als anticonceptie fungeert en ook nog eens met fucking Birkenstocks moeten paraderen. Vandaag nog zag ik een niet-onknappe jongeman. Ik bekeek hem even schaamteloos van boven tot onder: man bun (oh yasssss), baard (dingdingding), tattoos (zou het te vroeg zijn om een thema voor de bruiloft te kiezen?) en….slippers. Mmmmmjah, daar hield het dus op.

 

Zo! Na een kleine eeuwigheid nog eens een blogpost. Dankjewel aan iedereen die de voorbije weken zei dat ie het jammer vond dat er al zo lang niets meer gepost was. Superlief. Happy summer everyone! Maar mét laarzen aan alsjeblief.

 

whenever-i-take-hot-showers-in-the-summer-11203

Advertenties

De strijd om de blauwe duimpjes: geven social media ons echt de bevestiging die we zoeken?

Perfecte lichtinval. Flatterende filter. Eyeliner on point. Ja hoor, deze foto wordt een hit op Instagram. Voor de zekerheid voorzien we hem nog van een hashtag of zestien – ieder woord dat ook maar in de verste verte gelinkt kan worden aan dit kiekje, wordt erbij gelapt. Dit wordt hem eindelijk: de post die ons eeuwige social mediaglorie zal opleveren. Fame, here we come… of ook niet. Groot is de teleurstelling wanneer de hartjes en follows na 48 uur nog steeds op één hand te tellen zijn. Terwijl andere Instagrammers na 40 minuten zowaar 534 likes hebben verzameld op een foto van wat zorgvuldig geschikte granen en blauwe bessen, lukt het hier amper om aan 11 liefhebbers te raken zodat die verdomde namen vervangen worden door een cijfertje (want ja, dat is belangrijk). The struggle is real.

Op naar Facebook dan. Hier geldt voornamelijk de regel: de grootste rotzooi is het populairst. Een doordachte post waar we fier op zijn, waar we van denken: “yes, dit is fire”? Vergeet het maar. Wat wél in de smaak valt, zijn dingen die we er zonder enig nadenken op hebben gezwierd. Een Starbucksbeker met fout geschreven naam, om maar iets te noemen. We zouden voor minder gefrustreerd worden. Maar waarom hechten we zo immens veel belang aan die duimpjes?

In dit tijdperk waar “defrienden” zowat het ergste is wat iemand ons kan aandoen, draait het allemaal om bevestiging. Die likes en comments boosten ons ego. Ze tonen aan hoe boeiend ons leven is, hoe knap we eruitzien of hoe geliefd onze witty status updates zijn. ’t Is te zeggen; hoe boeiend het leven van ons online alter-ego is. Want laat ons wel wezen: wat we prijsgeven op het internet, is verre van het volledige pakketje. De social mediaversie van onszelf is aanwezig op fancy events, ademt cultuur, is constant op trot met de squad en bestelt de meest sexy gerechtjes op restaurant. Dat we de overige avonden doorbrengen met de personages uit ‘Thuis’, dat we dat ene feestje hebben afgezegd omdat we écht geen zin hadden om ons haar te wassen en dat we ons voor de derde keer deze week hebben volgestoken met meeneemchinees… dat is minder van belang. Die duistere kant mag alleen geweten zijn door de échte amigos, de vertrouwenspersonen… de vrienden op Snapchat.

Met mijn 220 Facebookvrienden hou ik het nog relatief rustig. Ik heb het altijd vreemd gevonden hoe mensen “bevriend” zijn met iemand die ze overduidelijk niet moeten of van haar noch pluim kennen. Ik zou met iedereen met wie ik op Facebook vriendjes ben een praatje maken, moest ik ze tegen het lijf lopen. Of er op z’n minst een vriendelijk knikje tegenaan gooien. Klinkt logisch, maar dat is het niet voor iedere gebruiker. Ik kan de keren dat ik werd aangesproken over het feit dat ik een vriendschapsverzoek geweigerd had niet meer tellen. Ik dacht dat die term “verzoek” betekende dat ik zelf nog enigszins inspraak had in wie ik accepteerde en wie niet. My bad. En onlangs kreeg ik te horen dat ik twee kennissen nogal had geschoffeerd door hen te ontvolgen op Instagram. Ten eerste was er verbazingwekkend weinig tijd tussen mijn handeling en hun akelige ontdekking (eentje bleek een app te hebben die meteen meldt wanneer iemand ontvolgt… redelijk lame vind ik dat), ten tweede was ik me er totaal niet van bewust dat een beperkter en voor mij interessanter nieuwsoverzichtje willen, niet zonder gevolgen is. Sorrynotsorry.

Zelf probeer ik me steeds minder druk te maken om wat er op mijn schermpje gebeurt. Toegegeven, dat is niet evident. Enkele vrienden pleegden al “zelfmoord” op sociale media. Ze verwijderden dus hun accounts omdat ze vonden dat ze het hele wereldje niet zo goed meer konden relativeren. Dat is best moedig, want hoewel je dan wel ontsnapt aan heel wat schrijnende taferelen (de commentsectie op HLN, anyone?),  ben je ook een zeer belangrijk communicatiemiddel kwijt.

Sociale media geven ons het gevoel dat de wereld binnen handbereik ligt. We kunnen met iedereen moeiteloos in contact blijven en we zijn van alles op de hoogte. Anderzijds vergeten we daardoor vaak optimaal te genieten van het hier en nu. Iedereen kent ze wel: de concertgangers die het halve concert besteden aan het positioneren van hun iPhone en de andere helft aan het uploaden van het net genomen filmpje. Ik gruwel ervan, maar helaas ben ik geen haar beter. Toen ik afgelopen zomer op vakantie ging naar New York, betrapte ik mezelf erop dat ik soms eerder bezig was met het thuisfront op de hoogte te houden door middel van hippe posts, dan dat ik effectief genoot van de stad. Eigenlijk vind ik het best jammer dat ik zulke dingen niet 20 jaar geleden kon doen. Af en toe een telefoontje om moe en va te vertellen dat je nog niet gekidnapt bent, en klaar. Vandaag kan je aan het andere eind van de wereld zitten en toch iedere avond bij elkaar in de huiskamer zijn. Cosy, maar zo verdwijnt een groot deel van de charme die “er tussenuit gaan” met zich meebrengt. Ook tijdens mijn jaar abroad ben ik op die manier veel te hard bezig geweest met wat er thuis allemaal gebeurde, hoewel dat net was wat ik mezelf opgelegd had niet te doen. Sure, het was best handig dat ik niet te veel moest missen, maar dat ik op oudjaar in Berlijn liever binnen bleef om te Skypen, dat kan niet de bedoeling zijn geweest.

Be that as it may, ik ben nog steeds eerder pro dan contra. Zo heb ik enkele vrienden met wie ik nooit zo close zou zijn geworden zonder al die nachtelijke chatgesprekjes. En wie zou nu nog zonder Tumblr, Vine en 9GAG kunnen? Zolang we het allemaal niet te serieus nemen en er positief mee omgaan, is het best oké. Tenslotte is het wat er in real life gebeurt dat echt van belang is. Zonder flatterende filter.

 

Al zijn een paar likes mooi meegenomen, natuurlijk.

Sorry seems to be the hardest word

Enkele posts geleden had ik het over vriendschappen die op een pijnlijke manier eindigen. Omdat ik daar de afgelopen weken een beetje mee in mijn hoofd zat, besloot ik toenadering te zoeken tot één van die ex-best friends. Ik stelde een berichtje op waarin ik zei dat ik hoopte dat we na al die tijd de dingen iets meer konden relativeren. Ik vertelde dat ik besefte dat we beiden fouten hadden gemaakt, dat ik het jammer vond dat alles zo was gelopen en dat ik hoopte dat het hem goed ging. Uiteraard verwachtte ik geen sprookjesachtige verzoening, maar ik was ervan overtuigd dat we de dingen ondertussen vanuit een ander perspectief konden bekijken en dat we ooit misschien weer op een fatsoenlijke manier met elkaar konden omgaan. Hij antwoordde dat ik een egoïstische klootzak ben en dat ik blij mocht zijn dat hij het nog zo beleefd verwoordde, want dat hij geen vriendelijkere termen kon bedenken om mij mee te beschrijven. Okay…he sure can hold a grudge. Tot zover dat relativeren.

You pretentious piece of shit. Dat was mijn eerste reactie. Overmand door verontwaardiging en woede (serieus, hij sprak me aan met “gast”? Niet doen) was dat dan ook exact wat ik terugkaatste. Oeps. Ik voelde me redelijk vernederd, want tenslotte had ik een knieval gedaan en gedroeg hij zich als een soort van halfgod die niet kon geloven dat deze ordinaire sterveling hem probeerde te benaderen. Maar hoewel ik eerst spijt had van mijn bericht, bedacht ik me al snel dat ik niet degene was die zich slecht moest voelen. Ik was wel degelijk the bigger person geweest en hoewel hij wanhopig probeerde te laten blijken dat hij het verleden had losgelaten, kon ik uit zijn reactie alleen frustratie afleiden. Ondanks dat mijn vredesvoorstel niet bepaald positief onthaald werd, heb ik mijn best gedaan. En wat die ex-best friend betreft, wens ik hem en zijn haatdragende karakter het allerbeste toe.

Want dát is nu net de conclusie waar ik toe gekomen ben: ik koester geen wrok, tegenover niemand. Technisch bekeken zijn er een heleboel mensen waar ik boos op zou kunnen zijn: vrienden die me lieten staan, leerkrachten die zeiden dat ik nooit iets zou bereiken, ouders die vooral hun best deden om te tonen hoe het niet moet, interim-medewerkers die nooit terugbelden en jongens die mijn hart braken. Natuurlijk voelen we ons allemaal wel eens serieus in de zeik genomen. Het is dan ook perfect normaal om eventjes nijdig te zijn. Als ik een euro moest krijgen voor iedere keer dat ik iemand de cholera had toegewenst, zou ik oneindig lang zwemmen in het geld. Zulke woede-uitbarstingen worden echter gevoed door een gevoel van onmacht dat meestal even snel verdwijnt als het gekomen is. Dus, eens de gemoederen bedaard, ben ik volledig vrij van haatgevoelens. Het is best belangrijk om daarnaar te streven, vind ik. Ik ben ervan overtuigd dat, zolang je op wraak blijft zinnen, je niet verder kan. Hoewel woede je in eerste instantie een vals gevoel van macht kan geven (kwaad zijn is zooooveel makkelijker dan gekwetst zijn), helpt het je eigenlijk geen stap vooruit. Uiteindelijk is er nog maar één iemand die lijdt onder die rancune: jijzelf.

Vergeven doe je dus in de eerste plaats voor jezelf. Omdat je je er écht beter door voelt. Je kan het gedrag van anderen niet bepalen. Je kan niet altijd voorkomen dat iemand je onrecht aandoet. Wat je wél zelf kan kiezen, is in hoeverre je in die negatieve gevoelens blijft hangen. Maar goed, voor het hier op de rubriek van een of andere zweefteef begint te lijken: ik ben ook geen heilig bezeke. Ongetwijfeld heb ik zelf al een handjevol arme stakkers mateloos gefrustreerd en misschien hebben enkelen mij zelfs al de cholera toegewenst. Ik probeer het echt wel hoor; sorry zeggen. Maar verdekke, wat is dat toch moeilijk hé? Iemand je oprechte excuses aanbieden gaat hoe dan ook gepaard met een soort kwetsbaarheid en met het risico de laan te worden uitgestuurd. Hoe dan ook vind ik het zeker het proberen waard, al is het maar om met jezelf in het reine te komen.

Natuurlijk verwacht niemand dat je met iedereen die je ooit pijn hebt gedaan schoon schip gaat maken. Je hoeft je heus niet schuldig te voelen omdat je eens met iemands mislukte kapsel hebt zitten gniffelen. Bovendien is het vrijwel onmogelijk om over alles zomaar de spons te vegen. Sommige mensen hangen gewoon echt de foemp uit. In dat soort situaties probeer ik de neiging om asap de ultieme wraakactie op poten te zetten te onderdrukken en troost ik mezelf met de gedachte dat karma vroeg of laat haar werk wel zal doen. Ik weet niet of ik daar echt in geloof, maar ooit lachte ik een ietwat sullig klasgenootje uit omdat ze een gezwollen oog had en de volgende ochtend werd ik wakker met een drie-keer-zo-grote kastaar op mijn wezen. Geen grap.

Af en toe kunnen we jammer genoeg niet wachten op Miss Karma (ik stel me daar wel een vrouw bij voor, ja) en zijn we gewoon veel te pissed voor al die let-it-go-crap. Mijn vriendinnetje zag ooit op een feestje de jongen terug die op haar hartje had getrapt en ze plaste in zijn pint. Ja, dat is kinderachtig. Ja, dat is ranzig. Maar Oh My God, wat moet dat goed gevoeld hebben toen die etterbuil daarna zelfingenomen van zijn pilsje stond te nippen. Jah, we zijn natuurlijk ook maar mensen en iedereen sluit de zaken op een andere manier af. En soms, héél soms, is wraak gewoon té zoet om te laten liggen.

friENDship

friENDship

Met iemand aan het praten zijn en denken: “Eigenlijk vind ik jou helemaal niet meer zo leuk”. Of, nog minder aangenaam, merken dat jij bij een vriend of vriendin niet meer in die bovenste schuif ligt. Herkenbaar? Sowieso.

Hoe langer hoe meer merk ik dat mijn leeftijdsgenoten en ik onze vrienden zorgvuldig sorteren. Natuurlijk zijn er tientallen ex-klasgenootjes en kennissen met wie we nog eens zouden willen bijpraten, maar dat contact beperkt zich meestal tot die “We moeten nog eens afspreken”-dialoogjes waarbij beide partijen op het moment zelf al weten dat dat in geen honderd jaar gebeuren gaat. Uiteindelijk zijn het dus steeds dezelfde friends die we op regelmatige basis zien en voor wie we effectief moeite willen doen. Hoe ouder we worden en hoe meer verantwoordelijkheden onze kant op komen, hoe kleiner dat groepje wordt. Een normaal fenomeen en helemaal niet zo erg. Tenminste, zolang jij niet degene bent die aan de kant wordt geschoven.

Ik vind het ongelooflijk vreemd hoe vriendschappen soms gewoon in slaap sukkelen. Eerst ben je thick as thieves en kan je je niet voorstellen dat er ooit een moment komt waarop jullie niet langer onvoorwaardelijk stapelgek zijn op elkaar. Je gaat die vriend uiteraard nooit beu worden want dit.is.voor.altijd. En dan plots…boef. Gedaan. Opeens is het er gewoon niet meer. Terwijl je vroeger de uren zat af te tellen tot die bepaalde best friend je zou verblijden met zijn of haar gezelschap, voelt een uitje onder jullie beiden nu eerder als een vervelende opdracht, een soort van verplichting tegenover de vroegere, leukere versie van de vriendschap. En terwijl je tot over niet zo’n erg lange tijd niet kon stoppen met hem of haar de oren van het hoofd te kakelen en dan nog steeds honderd dingen te weinig gezegd had, zit je nu in alle hoeken van je brein te graven naar een anekdote die de pijnlijke stilte tussen jullie zou kunnen doorbreken. Een verklaring voor deze tragische ommezwaai is meestal niet eenvoudig te vinden. Is het die vriend die veranderd is? Ben jij het? Één ding is zeker: het werkt niet meer.

Wanneer een vriendschap die ooit zo enorm veel betekende op z’n einde loopt, is dat messy. Zoals talloze melige Instagram- en Pinterestquotes keer op keer verkondigen: “Niets doet meer pijn dan niet hetzelfde voor iemand betekenen als die persoon voor jou betekent.” Dat is natuurlijk het hele probleem; het gebeurt zelden dat beide vrienden op exact hetzelfde moment hun interesse in elkaar verliezen. De klap komt dus onvermijdelijk harder aan voor diegene die nog wél in de relatie wilde investeren.

Maar of je nu zelf met (of zonder) pijn in het hart de zaken beëindigd hebt of degene bent die met een gekwetst ego achterblijft: You’ll get over it. Zelf bevond ik me al meermaals aan beide kanten. Toen mijn beste vriend – en “stiekem” mijn allereerste en allergrootste crush – op een dag de benen nam en met de noorderzon verdween, kon ik dat maar moeilijk geloven. Ik kon nauwelijks leven met het idee dat ik vanaf die dag nooit meer zou weten hoe het met hem ging. Ondertussen is de motherfucker al ettelijke jaren verschwunden en heb ik het er – op enkele barstjes na – best goed vanaf gebracht. Daarna volgde dan die bff met wie ik vrijwel meteen een duo vormde dat even onafscheidelijk was als Elton John en mottige zonnebrillen. Nog nooit had ik me met iemand zó verbonden gevoeld en ik wist zeker dat dit mijn soulmate for life was. Enige tijd later stond ik op het perron te bidden dat hij niet dezelfde trein moest nemen als ik omdat ik de energie niet meer kon vinden om een volledige rit met hem door te brengen. Na enkele rake verwijten van beide kanten stierf de vriendschap een stille dood. Tragisch, maar ook dat ligt ondertussen achter me. Al kan ik nog steeds niet naar ‘Will & Grace’ kijken.

Moraal van het verhaal is dat we ons over zoiets niet schuldig hoeven te voelen. Het is normaal dat vrienden komen en gaan en dat sommige mensen ons gewoon niet meer boeien. Sure, de vriendschap kan in een dipje zitten en dat hoeft zeker niet het einde te betekenen, maar als de zestiende poging tot een gezellig samenzijn nog steeds even gezellig aanvoelt als een gynaecologisch onderzoek, zou er toch stilaan een belletje moeten gaan rinkelen. Of om het nog eens te zeggen met een sentimentele Instagramquote: “Het leven is te kort om dingen te doen waar je niet gelukkig van wordt.”

Om met een positieve noot af te ronden toch even een shout-out voor mijn friends die na nog steeds hun bangelijke zelf zijn en mij tot op heden ook nog niet ditchten. Dankzij jullie, lieve zonnestraaltjes, geloof ik nog steeds dat het soms wél voor.altijd.is.

Het is een nacht

Hallo. Ik ben Gladys… en ik ben een nachtmens. Daarmee bedoel ik niet dat ik na het kijken van een laatavondfilm en het lezen van enkele bladzijden uit een stationsromannetje om iets na middernacht moe maar voldaan mijn bedje opzoek. Ik ben een nachtmens in de ergste betekenis van het woord.

Idealiter zou ik gaan slapen wanneer het licht wordt en opstaan om half vijf ’s middags. Houdt dat dan in dat ik tot in de vroege uurtjes sta los te gaan op de laatste nieuwe deuntjes en me tegoed doe aan zoete maar veel te dure drankjes? Haha, nee joh. Helemaal niet. Ik kan me de laatste keer dat ik een discotheek langs de binnenkant zag niet meer herinneren. Ik doe gewoon alles wat de meeste mensen overdag doen, maar dan ’s nachts; afwassen, studeren (af en toe toch), eten, televisie kijken… De pientere lezer onder u heeft al lang opgemerkt dat het toch een heel pak praktischer -en voor de maatschappij aanvaardbaarder- zou zijn om dat alles gewoon overdag te doen. Zo is dat, maar voor mensen zoals ik, is de nacht een soort verslaving.

Zoals bij iedere ernstige verslaving, lieg ik er ook wel eens over. Zo zet ik bijvoorbeeld een wekker rond elf uur ’s ochtends om alle berichten die ik die dag al heb ontvangen te beantwoorden en zo de indruk te wekken dat ik natuurlijk al wakker ben. Vrienden die dan opmerken dat ik amper drie uur eerder nog actief was op Facebook (wie houdt zoiets zelfs in de gaten, jeez) en zich luidop zorgen maken, hoeven echt geen moeite te doen. Ik heb allesbehalve last van te weinig slaap. Na dat kwartier sociaal contact, ga ik gewoon nog een uurtje of zes naar dromenland.

Er zijn natuurlijk wel wat nadelen aan zo’n leven on the dark side (letterlijk, hehe). Het hoeft niet gezegd dat deze manier van leven niet altijd strookt met die van de rest van de samenleving. Godzijdank heb ik een vriendin met hetzelfde slaapritme (of eerder het gebrek eraan). Wendy en ik delen dezelfde frustraties: nog snel voor sluitingstijd naar de supermarkt moeten hollen, in de winter belachelijk weinig daglicht zien, van de late-night snack recht in het diner tuimelen (een ontbijt, wat is dat?) en op voorhand weten dat we zó moe gaan zijn tijdens dat uitje met familieleden of vrienden die absoluut overdag willen afspreken. Gelukkig voor mij is Wendy doorheen dat alles mijn rots in de branding, en gelukkig voor Wendy heeft zij een liefje dat daar allemaal geen moer om geeft. Eens om de zoveel tijd zijn ze op hetzelfde moment wakker en treffen ze elkaar ergens in huis. Dan vraagt hij zich al lachend af wanneer hij haar een volgende keer zal zien. Heerlijk vind ik dat. Kwestie van niet tot vervelens toe op elkaars kop te hoeven staren.

Heel af en toe, op reis bijvoorbeeld, transformeer ik voor enkele dagen tot overijverige gids die uitgeslapen aan de ontbijttafel plaatsneemt en vervolgens iedere minuut van de dag benut alsof haar leven ervan afhangt. Dan verbaast het me iedere keer weer hoeveel een mens kan doen nog voor de dag halverwege is en hoeveel gelukkiger ochtendmensen moeten zijn, want wauw, de morgenstond heeft écht goud in den mond! Eenmaal weer in mijn dagelijkse leventje blijft van dat voornemen nog bitter weinig over en verval ik weer in ‘vleermuismodus’.

Ik ben dus een nachtmens, en hoewel dat voor het gros van de samenleving betekent dat ik de zaken duidelijk niet onder controle heb, bekijk ik het graag langs de positieve kant. Ik troost mezelf met het feit dat Herman Brusselmans het ook doet (al is dat misschien niet de beste maatstaf voor sociaal aanvaardbaar gedrag). Bovendien ken ik maar weinig mensen die de meest onvergetelijke momenten hebben beleefd toen ze om half negen achter hun kommetje Kellog’s zaten. Voor mij is het wanneer ik om zeven uur ’s ochtends nog steeds bij Wendy op de zetel hang terwijl ik acht uur eerder “stilaan ging vertrekken” dat ik mezelf gelukkig prijs. Wendy en ik zijn ons heus wel bewust van het feit dat, tenzij we ons plan om zakenpartners te worden verwezenlijken en dus alle werkgerelateerde regels aan onze laars kunnen lappen, we deze levensstijl niet eeuwig zullen volhouden. Voorlopig zijn we echter student en dus volledig vrij om onze tijd op de slechtst denkbare manier in te delen.

Dit gezegd zijnde, ga ik toch nog even pitten.