Hakuna Rattata – Waarom Pokémon Go wél een goed idee is

Voor wie de voorbije weken onder een steen heeft gezeten: Pokémon Go is uit en iedereen is hooked.  Ik ook, hoewel sommige vrienden dat ongelooflijk vinden. “Amai, ik dacht dat gij een post zou schrijven over waarom dat spel superonnozel is.” Wel, ik ben blij dat ik nog kan verbazen en ik kan dan ook weinig anders dan van de gelegenheid gebruik maken om neer te pennen waarom ik wél fan ben.

In alle eerlijkheid, ik dacht dat het hele Pokémongebeuren op sterven na dood was. Voor mij was dat iets uit de jaren negentig -toen ik dacht dat ik het meest slimme kind ever was omdat ik de “Wie is deze Pokémon?!” kon raden- en ik was me zelfs helemaal niet bewust van het feit dat dat de laatste jaren nog bestond. Nu kan niemand er nog omheen: Pikachu en zijn pals zijn terug van (nooit) weggeweest. En hoe. De app was in een mum van tijd populairder dan Twitter en Tinder. Of zoals een twitteraar het stelde: “Pokemon Go is already more popular than Tinder, another app where you swipe to find monsters in your area.” Clever.

Niemand kan ontkennen dat dit spelletje een briljante zet is, maar uiteraard zijn er weer heel wat zeurders die niet opgezet zijn met het hele gebeuren: het spel is gevaarlijk, “de jeugd” hangt alleen maar op z’n gsm, het is belachelijk, het moet verboden worden… Alright, calm your tits.  Als je ’t mij vraagt, bereikt deze online game waar weinig andere in slagen, namelijk de spelers naar buiten lokken én in real life laten praten met elkaar. Want ja, Pokémon Go speelt zich hoofdzakelijk op je gsm-schermpje af, maar ik merk dat mensen afspreken om samen op jacht te gaan en dat ze hun ervaringen delen met andere jagers die toevallig op dezelfde plek zijn. Ik vind het best cool, die zwerm van mensen die elkaar niet kennen, maar allemaal hetzelfde doel hebben en elkaar daar soms ook in helpen. Het klinkt misschien belachelijk, maar ik vind dat idee van “Oh kijk, die is ook aan het spelen” toch een gevoel van samenhorigheid creëren. Bovendien blijf je in beweging, want om een ei uit te broeden (don’t ask) wordt verwacht dat je enkele kilometertjes aflegt. Al was ik not amused toen, na tien kilometer stappen, de inhoud van mij ei geen zeldzaam beestje bleek, maar een ordinaire Wild Ratata waar ik er ondertussen 28 van heb.

Denk ik dan dat dit spel enkel tot goede dingen leidt? Ma nee gij. Ik ben ervan overtuigd dat hier nog ontelbare ongelukken van komen. Ik vind gewoon dat dat in geen enkel opzicht de schuld van die app is, maar enkel en alleen te wijten valt aan het feit dat sommige mensen niet in staat zijn ergens van te genieten zonder dat het de spuigaten uitloopt. Daarmee wil ik niemand met de vinger wijzen, want ook ik heb de neiging overal overdreven hard in op te gaan. Er zijn natuurlijk wel grenzen. Zo fronste ik toch even de wenkbrauwen bij dat filmpje aan Central Park waar mensen uit hun auto sprongen omdat er een zeldzame Pokémon was gespot, of vind ik het ook redelijk triest dat mensen voor zoiets hun job opgeven, of tijdens hun zoektocht in een moment van onoplettendheid in het kanaal sukkelen. Ik vraag me echter af: stel nu dat iemand een ongeval zou veroorzaken omdat ie te aandachtig de krant aan het lezen was, zouden er dan ook mensen staan brullen dat geschreven pers de oorzaak van alle onheil is? Er zullen altijd mensen zijn die overdrijven en daarmee zelfs hun veiligheid in gevaar brengen, dat is hun verantwoordelijkheid en niet die van welk toestel of spel dan ook. Soms heb ik de indruk dat een deel van de maatschappij alles wat vernieuwend is, of wat voornamelijk de jeugd leuk vindt, al op voorhand afkeurt.

Wat ik bijna het leukst vind aan Pokémon Go, is dat ik dankzij de verschillende Pokéstops (standjes met Poké Balls die vernoemd zijn naar een monument daar in de buurt, volg je nog?) al redelijk wat plekjes heb opgemerkt en nu bij naam ken, die ik voordien zonder nadenken passeerde. Met een beetje verbeelding kan dit spel dus zelfs als interactieve reisgids dienen. Hoezo “we kijken niet om ons heen”?

Hoewel deze activiteit in mijn ogen zeker een groepsgebeuren is, is het natuurlijk redelijk sneu voor het kneusje dat nietsvermoedend met de vrienden een terrasje gaat doen en als enige geen Pokémon Go speelt. Ik denk dat het wel belangrijk is om, wanneer niet iedereen in de squad even hard mee is, je enthousiasme binnen de perken te houden. Zelf probeer ik mezelf ook grenzen op te leggen. Zo heb ik een einddoel (waarvan ik nu al weet dat ik me er niet aan ga houden maar okay): ik stop met spelen wanneer ik Meowth heb gevangen. Pikachu interesseert me niet zo. Het zal menig lezer niet verbazen dat ik altijd al Team Rocket ben geweest.

Advertenties

friENDship

Met iemand aan het praten zijn en denken: “Eigenlijk vind ik jou helemaal niet meer zo leuk”. Of, nog minder aangenaam, merken dat jij bij een vriend of vriendin niet meer in die bovenste schuif ligt. Herkenbaar? Sowieso.

Hoe langer hoe meer merk ik dat mijn leeftijdsgenoten en ik onze vrienden zorgvuldig sorteren. Natuurlijk zijn er tientallen ex-klasgenootjes en kennissen met wie we nog eens zouden willen bijpraten, maar dat contact beperkt zich meestal tot die “We moeten nog eens afspreken”-dialoogjes waarbij beide partijen op het moment zelf al weten dat dat in geen honderd jaar gebeuren gaat. Uiteindelijk zijn het dus steeds dezelfde friends die we op regelmatige basis zien en voor wie we effectief moeite willen doen. Hoe ouder we worden en hoe meer verantwoordelijkheden onze kant op komen, hoe kleiner dat groepje wordt. Een normaal fenomeen en helemaal niet zo erg. Tenminste, zolang jij niet degene bent die aan de kant wordt geschoven.

Ik vind het ongelooflijk vreemd hoe vriendschappen soms gewoon in slaap sukkelen. Eerst ben je thick as thieves en kan je je niet voorstellen dat er ooit een moment komt waarop jullie niet langer onvoorwaardelijk stapelgek zijn op elkaar. Je gaat die vriend uiteraard nooit beu worden want dit.is.voor.altijd. En dan plots…boef. Gedaan. Opeens is het er gewoon niet meer. Terwijl je vroeger de uren zat af te tellen tot die bepaalde best friend je zou verblijden met zijn of haar gezelschap, voelt een uitje onder jullie beiden nu eerder als een vervelende opdracht, een soort van verplichting tegenover de vroegere, leukere versie van de vriendschap. En terwijl je tot over niet zo’n erg lange tijd niet kon stoppen met hem of haar de oren van het hoofd te kakelen en dan nog steeds honderd dingen te weinig gezegd had, zit je nu in alle hoeken van je brein te graven naar een anekdote die de pijnlijke stilte tussen jullie zou kunnen doorbreken. Een verklaring voor deze tragische ommezwaai is meestal niet eenvoudig te vinden. Is het die vriend die veranderd is? Ben jij het? Één ding is zeker: het werkt niet meer.

Wanneer een vriendschap die ooit zo enorm veel betekende op z’n einde loopt, is dat messy. Zoals talloze melige Instagram- en Pinterestquotes keer op keer verkondigen: “Niets doet meer pijn dan niet hetzelfde voor iemand betekenen als die persoon voor jou betekent.” Dat is natuurlijk het hele probleem; het gebeurt zelden dat beide vrienden op exact hetzelfde moment hun interesse in elkaar verliezen. De klap komt dus onvermijdelijk harder aan voor diegene die nog wél in de relatie wilde investeren.

Maar of je nu zelf met (of zonder) pijn in het hart de zaken beëindigd hebt of degene bent die met een gekwetst ego achterblijft: You’ll get over it. Zelf bevond ik me al meermaals aan beide kanten. Toen mijn beste vriend – en “stiekem” mijn allereerste en allergrootste crush – op een dag de benen nam en met de noorderzon verdween, kon ik dat maar moeilijk geloven. Ik kon nauwelijks leven met het idee dat ik vanaf die dag nooit meer zou weten hoe het met hem ging. Ondertussen is de motherfucker al ettelijke jaren verschwunden en heb ik het er – op enkele barstjes na – best goed vanaf gebracht. Daarna volgde dan die bff met wie ik vrijwel meteen een duo vormde dat even onafscheidelijk was als Elton John en mottige zonnebrillen. Nog nooit had ik me met iemand zó verbonden gevoeld en ik wist zeker dat dit mijn soulmate for life was. Enige tijd later stond ik op het perron te bidden dat hij niet dezelfde trein moest nemen als ik omdat ik de energie niet meer kon vinden om een volledige rit met hem door te brengen. Na enkele rake verwijten van beide kanten stierf de vriendschap een stille dood. Tragisch, maar ook dat ligt ondertussen achter me. Al kan ik nog steeds niet naar ‘Will & Grace’ kijken.

Moraal van het verhaal is dat we ons over zoiets niet schuldig hoeven te voelen. Het is normaal dat vrienden komen en gaan en dat sommige mensen ons gewoon niet meer boeien. Sure, de vriendschap kan in een dipje zitten en dat hoeft zeker niet het einde te betekenen, maar als de zestiende poging tot een gezellig samenzijn nog steeds even gezellig aanvoelt als een gynaecologisch onderzoek, zou er toch stilaan een belletje moeten gaan rinkelen. Of om het nog eens te zeggen met een sentimentele Instagramquote: “Het leven is te kort om dingen te doen waar je niet gelukkig van wordt.”

Om met een positieve noot af te ronden toch even een shout-out voor mijn friends die na nog steeds hun bangelijke zelf zijn en mij tot op heden ook nog niet ditchten. Dankzij jullie, lieve zonnestraaltjes, geloof ik nog steeds dat het soms wél voor.altijd.is.