The wonderful world of Tinder – swipesituaties die iedereen herkent

Tinder (voor zij die nu al met de ogen draaien: hear me out here). Dé app voor iedereen die zich niet in een in-steen-gebeitelde-relatie bevindt. Op zoek gaan naar de liefde van je leven of een toffe hook-up was nog nooit zo eenvoudig. Het is makkelijk, het is hip, en vooral: het is gratis. Bovendien hoef je je voor een profiel op Tinder niet te schamen. Terwijl andere online datingsites nog steeds taboe zijn – niet geheel onterecht, wat voor arrogante dwaas moet je zijn om je aan te melden op ‘Elitedating: voor singles met niveau’? ­– is dit platform perfect aanvaard. Ideaal dus. Of toch niet?

Het hele zaakje blijft natuurlijk enorm oppervlakkig. Op basis van enkele foto’s en eventueel een witty tekstje, bepalen anderen jouw lot. Uiteraard heb je een zeer duidelijk beeld van hoe die ultieme match eruit moet zien en wie daar niet aan voldoet wordt dan ook zonder medelijden naar links gestuurd (de nee-kant, voor onervarenen). Zo werkt het nu eenmaal, maar dat is toch absoluut niet vergelijkbaar met de werkelijkheid? Veel van je vrienden zou je op Tinder naar links swipen wegens “niet mijn type mens”, terwijl dat dus in real life wél zo is. En er zijn toch altijd onfortuinlijke sweethearts die écht niet fotogeniek zijn? Op zich is dat allemaal niet zo erg, want Tinder werkt volgens het principe dat je enkel kan zien dat iemand jou liket, als je dat zelf ook doet. Ook dan pas kan er een gesprekje gestart worden. Zo kan je in alle rust iedereen beoordelen en word je niet aangesproken door iemand van wie jij denkt: “Hell naw”. Schaamteloos deelnemen aan de vleeskeuring. That’s the beauty of it.

Op aandringen van een vriendinnetje dat nogal euhm… actief was in de datingwereld, maakte ik ooit ook een profiel aan. To see what all the fuss was about. En of je nu fan bent of niet, het blijft een niet te missen ervaring. Enkele ongetwijfeld herkenbare Tindersituaties:

–          Je moet ongeveer 300 keer naar links swipen alvorens je iemand tegenkomt die naar rechts mag. Ondertussen begin je je ganse leven in vraag te stellen: is het nu echt zo ver moeten komen? Maar goed, we geven het een kans.

–          Één van de redenen waarom je Tindert, is de nood aan bevestiging. Weten dat je nog goed in de markt ligt. Maar let’s be real here: zelfs de mottigste trochel kan op Tinder erkenning krijgen, mits de juiste lichtinval. Het is dan ook niet bepaald strelend voor je ego wanneer iemand die jij echt nog wel oké vindt, niet terugliket.

–          Je komt op een foto met twee mensen terecht en denkt “Damn, die rechtse mag er best wezen, hopelijk is dat ook de eigenaar van dit profiel”. Maak je geen illusies: het is de linkse.

–          Jij en een onbekende Tindergebruiker hebben 43 gemeenschappelijke vrienden op Facebook en ze zijn totaal niet logisch: klasgenootjes van de Uni, kennissen uit Italië, collega’s, vrienden aan de andere kant van de wereld… Hoe zelfs?

–          Je bent al enkele minuten aan het swipen en bent al lang niet meer bij de les. Op automatische piloot maakt je duim aan recordtempo dezelfde beweging: links, links, links, links, lin….FUCK. Ja, ’t is gebeurd. Je hebt die ene perfecte dude en daarmee je enige kans op een lang en gelukkig leven weggeveegd. Als een gek google je hoe je op Tinder de tijd kan terugdraaien, maar neen. The damage has been done.

–          Akkoord, het is redelijk moeilijk om jezelf in enkele zinnen voor te stellen en dan kies je best voor een leuke quote of aanstekelijke oneliner, maar er zijn grenzen. “Waking up is the second hardest thing in the morning”? Okaaaaaaaay. Moving on.

–          Je komt een goede vriend tegen en weet niet wat te doen. Je vindt het wel grappig en bent geneigd om te liken voor de leut, maar misschien is de regel juist dat je moet doen alsof het nooit gebeurd is? Is hier een code voor?

–          Je hoopt van harte dat Tinder niet echt representatief is voor de mannelijke populatie. Badkamerselfies in bloot bovenlijf, kerels met wenkbrauwpiercing, overdreven gladde palingen en afgeborstelde modellen? Ugh.

–          Je stoot op een aardig uitziende jongeman. Leuke foto’s, tof tekstje, alleen… die naam. Ik kan ons bon echt niet vertellen dat ik date met iemand die Jean-Baptiste heet. Of Kenny. To the left, to the left.

–          Je bent het allemaal redelijk zat aan het worden omdat echt niemand hier je ook maar een beetje kan bekoren… tot dan opeens je voormalige crush voorbij komt. Oh holy fuck. Je gsm voelt plots aan als een handgranaat (wat doe ik hier in godsnaam mee) en je voelt je ongelooflijk bekeken. Dit is niet meer zo leutig. Want terwijl je jezelf al die tijd had ingepraat dat “hij er misschien gewoon nog niet aan toe was”, blijkt nu dat hij wél een gezonde interesse heeft in het andere geslacht, gewoon niet in jou. Autch.

–          Het wonder is geschied. Je hebt een match. Helaas, na twee minuten in het gesprek loopt het alweer mis. Alles voelt gewoon zo geforceerd. Get me outta here.

 

Iedere keer opnieuw moet ik vaststellen dat ik er gewoon niet voor gemaakt ben, voor dat hele daten. Ik walg van smooth talk, hou het meteen voor bekeken bij die doorzichtige praatjes, heb geen greintje gevoel voor flirten in mijn lijf, ben meteen geshockeerd en let’s face it: ik ga mijn true love heus niet tegenkomen op Tinder. Dat gezegd zijnde kan het natuurlijk geen kwaad om af en toe een beetje te swipen en wat rond te kijken. Neem het wel allemaal niet te serieus: je hebt kijken en je hebt kijken kijken.

pathetic.jpg

Advertenties

De strijd om de blauwe duimpjes: geven social media ons echt de bevestiging die we zoeken?

Perfecte lichtinval. Flatterende filter. Eyeliner on point. Ja hoor, deze foto wordt een hit op Instagram. Voor de zekerheid voorzien we hem nog van een hashtag of zestien – ieder woord dat ook maar in de verste verte gelinkt kan worden aan dit kiekje, wordt erbij gelapt. Dit wordt hem eindelijk: de post die ons eeuwige social mediaglorie zal opleveren. Fame, here we come… of ook niet. Groot is de teleurstelling wanneer de hartjes en follows na 48 uur nog steeds op één hand te tellen zijn. Terwijl andere Instagrammers na 40 minuten zowaar 534 likes hebben verzameld op een foto van wat zorgvuldig geschikte granen en blauwe bessen, lukt het hier amper om aan 11 liefhebbers te raken zodat die verdomde namen vervangen worden door een cijfertje (want ja, dat is belangrijk). The struggle is real.

Op naar Facebook dan. Hier geldt voornamelijk de regel: de grootste rotzooi is het populairst. Een doordachte post waar we fier op zijn, waar we van denken: “yes, dit is fire”? Vergeet het maar. Wat wél in de smaak valt, zijn dingen die we er zonder enig nadenken op hebben gezwierd. Een Starbucksbeker met fout geschreven naam, om maar iets te noemen. We zouden voor minder gefrustreerd worden. Maar waarom hechten we zo immens veel belang aan die duimpjes?

In dit tijdperk waar “defrienden” zowat het ergste is wat iemand ons kan aandoen, draait het allemaal om bevestiging. Die likes en comments boosten ons ego. Ze tonen aan hoe boeiend ons leven is, hoe knap we eruitzien of hoe geliefd onze witty status updates zijn. ’t Is te zeggen; hoe boeiend het leven van ons online alter-ego is. Want laat ons wel wezen: wat we prijsgeven op het internet, is verre van het volledige pakketje. De social mediaversie van onszelf is aanwezig op fancy events, ademt cultuur, is constant op trot met de squad en bestelt de meest sexy gerechtjes op restaurant. Dat we de overige avonden doorbrengen met de personages uit ‘Thuis’, dat we dat ene feestje hebben afgezegd omdat we écht geen zin hadden om ons haar te wassen en dat we ons voor de derde keer deze week hebben volgestoken met meeneemchinees… dat is minder van belang. Die duistere kant mag alleen geweten zijn door de échte amigos, de vertrouwenspersonen… de vrienden op Snapchat.

Met mijn 220 Facebookvrienden hou ik het nog relatief rustig. Ik heb het altijd vreemd gevonden hoe mensen “bevriend” zijn met iemand die ze overduidelijk niet moeten of van haar noch pluim kennen. Ik zou met iedereen met wie ik op Facebook vriendjes ben een praatje maken, moest ik ze tegen het lijf lopen. Of er op z’n minst een vriendelijk knikje tegenaan gooien. Klinkt logisch, maar dat is het niet voor iedere gebruiker. Ik kan de keren dat ik werd aangesproken over het feit dat ik een vriendschapsverzoek geweigerd had niet meer tellen. Ik dacht dat die term “verzoek” betekende dat ik zelf nog enigszins inspraak had in wie ik accepteerde en wie niet. My bad. En onlangs kreeg ik te horen dat ik twee kennissen nogal had geschoffeerd door hen te ontvolgen op Instagram. Ten eerste was er verbazingwekkend weinig tijd tussen mijn handeling en hun akelige ontdekking (eentje bleek een app te hebben die meteen meldt wanneer iemand ontvolgt… redelijk lame vind ik dat), ten tweede was ik me er totaal niet van bewust dat een beperkter en voor mij interessanter nieuwsoverzichtje willen, niet zonder gevolgen is. Sorrynotsorry.

Zelf probeer ik me steeds minder druk te maken om wat er op mijn schermpje gebeurt. Toegegeven, dat is niet evident. Enkele vrienden pleegden al “zelfmoord” op sociale media. Ze verwijderden dus hun accounts omdat ze vonden dat ze het hele wereldje niet zo goed meer konden relativeren. Dat is best moedig, want hoewel je dan wel ontsnapt aan heel wat schrijnende taferelen (de commentsectie op HLN, anyone?),  ben je ook een zeer belangrijk communicatiemiddel kwijt.

Sociale media geven ons het gevoel dat de wereld binnen handbereik ligt. We kunnen met iedereen moeiteloos in contact blijven en we zijn van alles op de hoogte. Anderzijds vergeten we daardoor vaak optimaal te genieten van het hier en nu. Iedereen kent ze wel: de concertgangers die het halve concert besteden aan het positioneren van hun iPhone en de andere helft aan het uploaden van het net genomen filmpje. Ik gruwel ervan, maar helaas ben ik geen haar beter. Toen ik afgelopen zomer op vakantie ging naar New York, betrapte ik mezelf erop dat ik soms eerder bezig was met het thuisfront op de hoogte te houden door middel van hippe posts, dan dat ik effectief genoot van de stad. Eigenlijk vind ik het best jammer dat ik zulke dingen niet 20 jaar geleden kon doen. Af en toe een telefoontje om moe en va te vertellen dat je nog niet gekidnapt bent, en klaar. Vandaag kan je aan het andere eind van de wereld zitten en toch iedere avond bij elkaar in de huiskamer zijn. Cosy, maar zo verdwijnt een groot deel van de charme die “er tussenuit gaan” met zich meebrengt. Ook tijdens mijn jaar abroad ben ik op die manier veel te hard bezig geweest met wat er thuis allemaal gebeurde, hoewel dat net was wat ik mezelf opgelegd had niet te doen. Sure, het was best handig dat ik niet te veel moest missen, maar dat ik op oudjaar in Berlijn liever binnen bleef om te Skypen, dat kan niet de bedoeling zijn geweest.

Be that as it may, ik ben nog steeds eerder pro dan contra. Zo heb ik enkele vrienden met wie ik nooit zo close zou zijn geworden zonder al die nachtelijke chatgesprekjes. En wie zou nu nog zonder Tumblr, Vine en 9GAG kunnen? Zolang we het allemaal niet te serieus nemen en er positief mee omgaan, is het best oké. Tenslotte is het wat er in real life gebeurt dat echt van belang is. Zonder flatterende filter.

 

Al zijn een paar likes mooi meegenomen, natuurlijk.